Posts tonen met het label Boeddhisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boeddhisme. Alle posts tonen

zondag 9 december 2012

Jij bepaalt de impact van de crisis


Henco van der Weijden en Lama Jigmé Namgyal - Compassionate-leadership.net

(Corporate Compassion | Marjolein Niestadt) Hoe vervelend de economische crisis ook is, je hoeft er niet minder gelukkig van te worden.

Hoe verhoudt het leed van Nederlanders die last hebben van de economische crisis zich tot het leed van de onderdrukte bevolking van Tibet? De vraag stellen is hem beantwoorden. Maar het is wel een makkelijk antwoord, dat de zorgen van Nederlanders die hun baan kwijtraken en hun hypotheek niet meer kunnen betalen ten onrechte bagatelliseert. Het is een rare gewaarwording om een uit Tibet gevluchte boeddhistisch leraar op een seminar te horen praten over hoe we in Nederland moeten omgaan met de economische crisis. Enerzijds kan het je een wat ongemakkelijk gevoel geven, omdat je weet dat de Nederlandse situatie in het niet valt bij de toestand in Tibet. Aan de andere kant kun je je afvragen wat een Tibetaan zonder economische opleiding ons kan bijbrengen over de crisis in ons land.

Anders kijken naar de crisis

Lama Jigmé Namgyal is een in Tibet opgeleid boeddhistisch leraar, die sinds tien jaar in Europa verblijft en boeddhistische centra heeft opgezet in Luxemburg en Nederland. Op het seminar De kracht van de crisis, begin deze maand in Rotterdam, sprak hij over andere manieren om naar de crisis te kijken. Wie economische inzichten of praktische tips verwacht, is bij de lama aan het verkeerde adres. Maar wie eens met boeddhistische ogen naar zijn eigen problemen wil kijken, kan rekenen op nieuwe inzichten.

Innerlijke vrede en warme familiebanden

Zo brengt Lama Jigmé in herinnering dat je geluk voor het grootste deel wordt bepaald door innerlijke vrede. Als tweede is een warme band met familie en vrienden belangrijk en pas daarna komen materialistische zaken aan de orde. De economische crisis raakt je inkomen maar doet niets af aan je innerlijk geluk of de liefde voor je partner, kinderen, familieleden, vrienden en kennissen. In die zin is er nog steeds rijkdom. Maak dus juist als je het zwaar hebt tijd voor dat wat het allerbelangrijkst is. Zoek de innerlijke vrede door dagelijks een kwartiertje te mediteren. Breng tijd door met familie. En verstevig de band met zakenrelaties en collega’s. Zij hebben dezelfde onzekerheden als jij. Als je werkelijk contact maakt en je geest openstelt, lossen problemen zich vaak vanzelf op.

Versterk je kracht: blijf in het nu

Een groot deel van de crisis bestaat uit angst. We maken ons zorgen over de toekomst, raken gedeprimeerd van tegenvallende economische cijfers of treuren om een verloren baan. Dat is begrijpelijk, maar het kost onnodig veel energie. Volgens de lama is de enige werkelijkheid NU en moet je NU je eigen kracht groot maken. Zorgen over de toekomst of verdriet over het verleden trekken de energie weg uit het nu en maken je minder krachtig. Als je je aandacht wél volledig op het huidige moment focust, zie je ineens kansen en mogelijkheden die je anders waren ontgaan. Train je crazy monkey mind Je aandacht bij het huidige moment houden is geen makkelijke opgave. Maar volgens Lama Jigmé kun je het met meditatie heel goed trainen. Geen tijd? Geen excuus! In de 24 uur die elke dag telt moet een kwartier (of langer) te vinden zijn om de stilte te zoeken. Ieder mens heeft een crazy monkey mind, die als je niet oppast een heel eigen leven gaat leiden. Meditatie brengt je terug bij jezelf, bij de kern van rust en stilte.

Don’t worry, be happy

Zorgen halen alleen maar je plezier weg en lossen nooit wat op, zegt Lama Jigmé Namgyal. Een bijzondere uitspraak voor iemand die niet weet of hij zijn familie ooit nog zal zien. Maar als je hem ziet spreken, weet je dat hij het meent. Lama Jigmé kiest ervoor zich niet druk te maken over zijn problemen. En hij adviseert ons hetzelfde te doen. “We herkennen vaak pas achteraf hoe bevoorrecht we waren. Pak nu je kansen voor het te laat is. Help anderen, juist in moeilijke tijden. Dat maakt je problemen kleiner en je blik ruimer.”

Crisis? Wat nou crisis!

Het seminar De kracht van de crisis is een initiatief van de organisatie Compassionate Leadership. Compassionate Leadership, een vorm van dienend leiderschap, gaat uit van principes uit het boeddhisme, zoals het vermijden van fout gedrag, het ondernemen van het goede en het ontwikkelen van de eigen geest. Op basis van deze grondbeginselen hebben Lama Jigmé Namgyal en Henco van der Weijden een methode ontwikkeld om inzicht te krijgen in de eigen rol als leider en om als organisatie een gezamenlijk hoger doel na te streven.

Bron: Corporate Compassion via Earth-matters.nl

zondag 19 augustus 2012

Psychose of verlichting - Zegeningen en gevaren van het transpersoonlijke

Allereerst wil ik de organisatie danken voor de uitnodiging om hier in dit selecte gezelschap te spreken over dit onderwerp. Waar ik het met u over wil hebben is de vraag of er verschillen zijn aan te geven tussen psychotische belevingen zoals we die kennen van de meest ernstige psychiatrische ziektebeelden enerzijds en spirituele ervaringen anderzijds. Voor een psychiater is dat geen gemakkelijk opgave omdat, sinds Freud religie en spiritualiteit bij de psychiatrie eigenlijk in een wat twijfelachtig daglicht staan. Wie zich verdiept in de hedendaagse psychiatrie ontdekt al gauw dat het focus van de psychiatrie licht op de biologische aspecten van psychiatrische ziektebeelden en de ontwikkeling van een objectieve “evidence based” maatstaf om psychiatrische ziektebeelden in kaart te brengen en te behandelen. Daar kan ik mij op zich ook heel goed in vinden. In deze psychiatrie lijkt echter bij voorbaat geen plaats te zijn voor religieuze ervaringen, voor zaken als transpersoonlijke ontwikkeling of andere vormen van bewustzijn, hogere vormen van bewustzijn. Het volgroeide ego is het hoogst haalbare ontwikkelingsniveau van de mens en daarmee houdt het verhaal van de reguliere psychiatrie doorgaans op. Alles wat niet meetbaar is, is per definitie niet verifieerbaar, dus niet wetenschappelijk aantoonbaar en dus niet waar. Het beperkte dogma van die wetenschappelijke waarheid heeft daarmee een fors stempel gedrukt ook op de psychiatrie. Het zal u niet verbazen als ik zeg dat ik denk dat het tijd is voor een herwaardering. Het wordt tijd dat we gaan inzien dat er verschillende domeinen waarbinnen wetenschap zich kan ontwikkelen.

Collega Swaab sprak over het externe domein van de materie, waarin alles objectief en waardevrij in maat en getal gekend kan worden. In dit domein zijn geen waarden, intenties, diepten of betekenis te vinden. Er is sprake van existentie zonder doel of plan. Kwaliteit wordt gedegradeerd tot kwantiteit. Maar een ieder van ons, zoals we hier zitten, is zich bewust van een subjectief innerlijk universum vol van waarden, normen, zingeving en betekenis. Als we naar inhoud en betekenis willen kijken praten we over een fundamenteel ander domein, een innerlijk domein dat bestaat naast het uiterlijk domein en niet hiertoe gereduceerd kan worden. Over dat domein wil ik met u praten.

Gedachte: Swaab refereert aan een platte uitgestrekte wereld zonder waarden en normen, zonder betekenis en inhoud. Toch pretendeert hij dat deze uiterlijk waarneembare wereld kwalitatief meer waar is en hoger aangeschreven staat dan de wereld van het innerlijk. Hij denkt dus in kwaliteiten van het innerlijk universum waarvan het bestaan in zijn eigen wereldbeeld zoniet ontkend dan toch wel ernstig geridiculiseerd wordt.

Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat sommige mensen die over spirituele ervaringen vertellen lijden aan een ernstige psychiatrische ziekte. Ik denk echter dat er een kleine groep mensen is die spreekt over authentieke, verifieerbare ervaringen die voortkomen uit wat genoemd kan worden hogere niveaus van bewustzijn, vormen van bewustzijn die de beperkte grenzen van het alledaagse rationele ego overschrijden zonder dat er sprake is van desintegratie van psychische structuren. Hoe waanzin en verlichting als fenomeen van elkaar te onderscheiden is onderwerp van deze lezing.

De fenomenologie van de psychose

Eerlijk is eerlijk. Niet alles wat op spiritualiteit of verlichting lijkt is dat ook. De grens tussen psychose en verlichting is soms flinterdun. Om onderscheid te kunnen maken is het goed eerst stil te staan bij wat men onder een psychose verstaat. Per definitie is een psychose een staat van bewustzijn waarbij het contact met de werkelijkheid verstoort is geraakt. De realiteitstoetsing faalt. Dit kan zich uiten de een van de twee meest kenmerkende symptomen van een psychose: wanen en hallucinaties.

Meer in detail is een waan een inhoudelijke denkstoornis (in tegenstelling tot de formele denkstoornis zoals van de hak op de tak denken of vertraagd denken). De inhoud van het denken wordt gekleurd door niet corrigeerbare irreële gedachten over de persoon zelf of de omgeving om hem heen. Centrale vraag daarbij is hoe ernstig de realiteitstoetsing gestoord is en wie dat bepaald. Als iemand erover klaagt dat hij achtervolgd wordt door de BVD dan hoeft dat natuurlijk geen waan te zijn. Als er infrarood camera’s in zijn huis zijn aangebracht, de buren in werkelijkheid undercover agenten zijn die door de muren kunnen kijken, voorbijgangers op straat met radarogen het lichaam scannen en er een zendertje is ingebracht dat de seksuele organen prikkelt dan begin ik persoonlijk wel te twijfelen aan de realiteit van deze gedachten. De niet flexibele instelling en de oncorrigeerbaarheid van de dwaling in het denken zijn meestal typerend voor een waangedachte. Dat op religieus of spiritueel gebied de grenzen tussen waan en werkelijkheid moeilijker te trekken zijn zal duidelijk zijn. De geschiedenis staat bol van religieuze denkbeelden die grenzen aan het waanachtige.

Behalve wanen kunnen ook hallucinaties onderdeel zijn van een psychose. Een hallucinatie is een zintuiglijke waarneming zonder fysieke prikkel en kan elk zintuig betreffen (horen, zien, ruiken, proeven, voelen). Het horen van stemmen is de meest voorkomende hallucinatie. De stemmen worden als werkelijk beschouwd en per definitie wordt er door degene die ze hoort niet getwijfeld aan de echtheid van de waarneming. Hetzelfde geldt voor andere zintuiglijke gewaarwordingen.

Het is belangrijk in dit kader op te merken dat in psychiatrische zin het voorkomen van wanen en/of hallucinaties verwijst naar een ernstige (vaak organisch bepaalde) psychiatrische stoornis. Persoonlijk ben ik het daar volledig mee eens. De kans dat deze verschijnselen aan iets anders toe te schrijven zijn dan een ernstige aandoening acht ik klein (maar niet uitgesloten). Veel ernstige psychiatrische ziektebeelden kunnen gepaard gaan met de aanwezigheid van wanen en/of hallucinaties. Het bekendste ziektebeeld is schizofrenie, een hersenziekte met inmiddels aantoonbare biologische beschadigingen die ernstige problemen veroorzaakt op alle levensterreinen. Daarnaast kunnen wanen en hallucinaties voorkomen bij ernstige depressies of manieën, bij dementie en andere organische psychosyndromen.

De fenomenologie van de verlichting

Om het mezelf moeilijk te maken wil ik een poging wagen een aantal kenmerken van een authentiek spirituele ervaring uitmondend in een toestand van verlichting te beschrijven. Ik zal hiervoor gebruik maken van het spectrummodel van Ken Wilber waarin de transpersoonlijke stadia van ontwikkeling uitvoerig in kaart zijn gebracht.

Wilber ziet de ontwikkeling en evolutie van het bewustzijn als een complex proces van toenemende synthese en integratie van psychische structuren. Voor de mensen die zijn werk niet kennen zal ik proberen twintig jaar theorievorming samen te vatten in twee minuten.

De ontwikkeling van het bewustzijn verloopt in stadia, vanuit elk stadium ziet de wereld er anders uit en kijken we op een bepaalde manier naar onszelf en onze omgeving. We beginnen het leven als kind in een ongedifferentieerde archaische wereld waarin geen grenzen bestaan. Het fysieke zelf en de fysieke wereld vormen nog een eenheid. Het duurt niet lang voordat het kind zich los maakt uit die ongedifferentieerde matrix en ontdekt dat zijn fysieke zelf anders is dan de omgeving. Het kind bijt in het laken en dat doet geen pijn. Het bijt in zijn duim dat doet wel pijn. Er is dus een verschil, en rond het einde van het eerste jaar heeft de baby zich los kunnen maken van zijn versmoltenheid met de fysieke wereld. Het kind heeft dan nog niet de grenzen getrokken van het emotionele zelf, dat is de volgende stap. Zijn eigen gevoelens zijn nog versmolten met die van belangrijke mensen in zijn omgeving. Het kind denkt dat de wereld voelt wat hij voelt, dat de wereld wil wat hij wil en dat de wereld ziet wat hij ziet (ik heb twee kleine zoontjes). Het wereldbeeld is dus magisch. Het moet leren onderscheid te maken tussen het emotionele zelf en de emotionele omgeving, leren duidelijke emotionele grenzen te trekken tussen zichzelf en de wereld. Tegen het eind van het tweede jaar moet normaal gesproken dit stadium bereikt zijn.

Tussen het tweede en vierde jaar vindt de ontwikkeling plaats van het conceptuele zelf. Piaget noemde dit het pre-operatione stadium. Het kind leert te werken met beelden, symbolen en concepten. Het gaat zich langzaam maar zeker vereenzelvigen met het mentale zelf. Het kind is geen bundel gewaarwordingen, impulsen en emoties maar heeft dit omgezet een een verzameling symbolen en concepten. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is de taal en met de ontwikkeling van de taal treedt het kind een nieuwe wereld binnen vol met verhalen en mythen.

Deze eerste drie stadia worden vaak pre-persoonlijk, narcistisch en egocentrisch genoemd omdat het kind vooral op zichzelf gericht is.

Het egocentrische perspectief ondergaat een radicale verandering bij het vermogen je in te leven in een ander. Dat is de volgende ontwikkelingstap die gezet moet worden. Deze ontwikkeling begint rond het 5de –6de jaar en loopt door tot de puberteit. Belangrijk wordt in deze fase niet hoe ik moet omgaan met mijn impulsen en emoties, maar hoe ik mijn verschillende sociale rollen moet leren spelen. Hoe pas ik bij mijn groep, mijn land, mijn volk. Nu ik me in de ander kan verplaatsen wordt het belangrijk hoe ik mij tot die ander moet verhouden. Zelf- en wereldbeeld worden bepaald door de groep waartoe je behoort. De identiteit verschuift van egocentrisch naar sociaal, al is het sociale perspectief nog vrij beperkt.

Rond het 11de tot 15de jaar verschijnt het vermogen tot formeel-operationeel bewustzijn. We treden de wereld van ideeën binnen. Een eindeloze wereld van mogelijkheden die in ons bewustzijn tot ontplooing komt. Allerlei idealistische mogelijkheden doemen op, we kunnen dromen van dingen die er nog niet zijn. Het is de leeftijd van redenatie en revolutie. We kunnen gaan nadenken over het denken, de innerlijke wereld verschijnt voor ons geestesoog. Het kritisch vermogen komt tot ontwikkeling, waardoor je gaat nadenken over de regels en rollen die tot dan toe je leven bepaalde. De exclusieve identificatie met de sociale rollen die je speelt kun je langzaam loslaten. Je ontdenkt dat jouw groep niet de enige is in het universum, dat jouw god niet de enige is, dat jouw ideologie niet de enige is (ik heb het hier over de normale gezonde ontwikkeling van het bewustzijn). Het perspectief wordt mondiaal, divers en multicultureel.

Het laatste ontwikkelingsstadium dat de orthodoxe westerse psychologie erkent is het stadium van visioen-logica en brengt ons op de rand van de transpersoonlijke stadia. Dit bewustzijn wordt gekenmerkt door een groot vermogen tot integratie. Het zelf en de wereld worden gezien en ervaren als een eindeloos interactief netwerk van mogelijkheden en ideeën. Het observerende zelf begint zowel het denkvermogen als het lichaam te overstijgen en kan naar beide kijken als objecten. Daarmee zijn we aan de grens belandt van de transpersoonlijke stadia van ontwikkeling.

Het eerste werkelijk transpersoonlijk niveau dat Wilber onderscheidt is het Psychische. Op dit niveau veranderen iemands cognitieve en perceptuele mogelijkheden op een dramatische manier. Het bewustzijn verbreed zich tot ver voorbij de grenzen van het benauwende persoonlijke en individuele perspectief. Het bewustzijn kenmerkt zich door inzicht in de veelvormigheid van de wereld en in de universele wetten die hieraan ten grondslag liggen. Het is het niveau van het innerlijke zien. Iemand op dit niveau kan een eenheid met de hem omringende wereld ervaren zoals beschreven in de Natuur Mystiek. Stel u maakt een mooie natuurwandeling, u bent ontspannen en ontvankelijk voor de indrukken uit de omgeving., u kijkt naar een prachtige berg en wham… plotseling is er niet meer iemand die kijkt…. Alleen nog de berg. De kracht van het innerlijk zien is vele malen groter dan de kracht van het denken in begrippen en ideeën op het vorige niveau. De wereld wordt directer en intenser ervaren. De gedachtewereld van het concrete en abstracte denken (die nog steeds ter beschikking staat) wordt aangevuld met de mogelijkheden van een directe innerlijke waarneming en inspiratie.

Het volgende niveau noemt Wilber het Subtiele. Dit is het niveau van de transpersoonlijke archetypes, de platonische vormen, de Goddelijke vonk die in ieder van ons brand (Ishtadeva in Hindoeïsme, Yidam in Mahayana Boeddhisme, demiurge in Gnosticisme). Dit is het niveau van het Goddelijke Mystiek, de directe ervaring van het Goddelijke. Op dit niveau is er nog altijd sprake van een dualisme tussen het Zelf, de eigen ziel en de Ander (God of het Goddelijke). De ziel kan communiceren met God, de vereniging met het Goddelijke zoeken en tijdelijk opgaan in het Goddelijke, maar blijft een onderscheidde identiteit.

Het laatste niveau is het niveau van de Nonduale Mystiek. Wilber noemt dit het Causale, de basis of oorzaak of creatieve grond van alle andere dimensies. Op het vorige niveau was nog steeds sprake van een subject dat keek naar een ander, hoger object. Op het Causale niveau wordt het subject-object dualisme uiteindelijk overstegen en wordt de ziel verlost van het gevoel een afgescheiden Zelf te zijn. De ziel wordt verlost van pijn, angst, tijd, lijden en dood. De ware Wijze wil God niet meer zien maar wil verlost worden van het gevoel dat er überhaupt sprake is van iemand die Ziet. Nog steeds volledig de beschikking hebbende over alle voorgaande niveaus van ontwikkeling keert de Wijze terug van zijn ontdekkingsreis naar het Nonduale. Hij of zij keert terug in de gewone wereld van gewone mensen in een gewone alledaagse werkelijkheid, maar volledig bevrijdt van het pijnlijke besef een afgescheiden Zelf te zijn. De ware Wijze is dan ook een gewoon mens met een buitengewoon inzicht in de aard der dingen. Daarin ligt de essentie van de Verlichting: het volledig doordrongen zijn van het Nonduale karakter van de Werkelijkheid, het overstijgen van de dualiteit tussen subject en object, tussen Zelf en Ander. Dat is de verlossing waar Boeddha ons over vertelt en vanuit die wijsheid leven is echt iets heel anders dan het af en toe slikken van een tabletje XTC.

De verschillen tussen psychose en verlichting

Na het bespreken van de fenomenologie van zowel de psychose als de verlichting is het niet zo moeilijk een aantal verschillen tussen beide op te noemen. Misschien wel het belangrijkste verschil tussen deze bewustzijnstoestanden is dat bij de psychose sprake is van desintegratie van psychische structuren terwijl verlichting gekenmerkt wordt door een hoge mate van integratie van diezelfde structuren. Deze integratie maakt dat iemand ten alle tijden kan beschikken over alle bewustzijnsniveau. Er is geen sprake van een chaotisch, incoherent denkpatroon. Met name het logisch denken is volledig intact, evenals de capaciteit om naar anderen te luisteren. Dit ontbreekt bij mensen die lijden aan een psychose. De psychose kan gezien worden als een mentale catastrofe waardoor de omgang met taal en de buitenwereld diepgaand wordt veranderd .De desintegratie staat op de voorgrond. Het leven wordt geregeerd door chaos en angst. Dit gaat vaak gepaard met vertwijfeling. Het vermogen tot logisch redeneren is beperkt. De werkelijkheid en de gedachtewereld worden doorgaans volledig beheerst door de waangedachten en de hallucinaties. Vaak is het sociaal functioneren ernstig beperkt, hebben de prestaties op het werk onder de psychose te lijden en vallen sociale contacten weg.

Een ander aspect dat kenmerkend is voor het verschil tussen psychose en verlichting is de mate van mededogen en egocentriciteit van beide. De psychose wordt gekenmerkt door een sterke gerichtheid op het eigen functioneren en de eigen omgeving. Het gaat in de psychose om een volstrekt individuele beleving. Er is sprake van een zeer egocentrische belevingswereld die vrijwel ondoordringbaar is voor anderen. Het contact met het eigen denken, voelen en willen en daarmee het contact met andere mensen raakt ernstig verstoord. Vaak vallen mensen terug op vroege narcistische afweermechanisme om zichzelf te beschermen tegen de invloed van de buitenwereld. Mensen met werkelijke toegang tot de transpersoonlijke domeinen zijn te herkennen aan hun verminderde egocentriciteit en hen toegenomen capaciteit tot het tonen en uiten van mededogen. Hoe minder het narcisme en hoe groter het mededogen, hoe verlichter de persoon. De spirituele ervaring is ingebed in en wordt gedragen door een religieuze spirituele traditie die een collectieve betekenis geeft aan de ervaringen, anders dan bij de individuele chaos van de psychose.

De gevaren van het zoeken naar verlichting

Om het Nonduale te kunnen ervaren zal een ieder van ons de reis door de transpersoonlijke niveaus moeten maken. Hoewel het gevoel van verlichting feitelijk voor het oprapen licht (het is er altijd en overal, zelfs op het moment dat u dit leest kunt u erover beschikken) vraagt het toch training en een zekere mate van begeleiding door een gids die het gebied reeds verkend heeft. Het beginnen aan deze reis zonder de nodige voorbereiding is een hachelijke onderneming. Met name op de Psychische en Subtiele niveaus liggen vele gevaren op de loer die voor een onervaren of onrijp ego risico’s met zich meebrengen. Daarom adviseer ik er niet aan te beginnen als u niet beschikt over een voldoende rijp en volwassen mentaal ego.

Enerzijds kunnen de verlokkingen op deze niveaus voor het ego of persoonlijke zelf zo groot zijn dat men vast blijft houden aan de vermogens en vaardigheden die deze niveaus in zich herbergen waardoor verdere ontwikkeling stagneert. Anderzijds kunnen de ervaringen zo beangstigend en bedreigend zijn dat het niet goed voorbereidde of begeleidde ego alsnog desintegreert. In dat laatste geval ligt ook de psychose op de loer om toe te slaan.

In mijn eigen praktijk ben ik diverse mensen tegen gekomen die overspoeld werden op het moment dat de energie van de transpersoonlijke niveaus vrij kwam. Doordat het ego onvoldoende gerijpt was en er nog te veel onverwerkte en gedissocieerde thema’s waren die de basis van de ego-ontwikkeling hadden verzwakt, konden zij de overweldigende mogelijkheden van het Psychische niveau niet integreren. Chaos werd hun deel en zij moesten hun zoektocht staken. Het beste advies wat ik kon geven was alle activiteiten met betrekking tot de ontwikkeling van het transpersoonlijke (zoals meditatie, yoga e.d.) onmiddellijk te staken en zich eerst maar weer eens richten op het aanbrengen van structuur, rust en regelmaat in hun leven.

Een tweede gevaar dat niet onderschat moet worden is dat vele methoden die worden genoemd als wegen tot verder (transpersoonlijke) ontwikkeling dit feitelijk niet zijn. Met name binnen de New-Age wereld is het soms moeilijk onderscheid te maken tussen stromingen en theorieën die werkelijk spirituele groei en ontwikkeling nastreven en zij die dat in het gunstigste geval niet doen en in het ergste geval ronduit regressieve tendensen vertonen. Dat laatste heeft te maken met het feit dat de prepersoonlijke domeinen (de archaïsche en magische niveaus van het jonge kind) nogal wat overeenkomsten kunnen vertonen met de transpersoonlijke domeinen.

Een ieder zal het hopelijk met mij eens zijn dat de archaïsche, niet gedifferentieerde versmoltenheid van de pasgeboren baby heel iets anders is dan de integratieve wijsheid van het Nonduale ook al ontbreekt bij beide het bewustzijn van een afgescheiden zelf. Toch zijn er voldoende stromingen en bewegingen binnen de New-Age wereld die aansturen op een terugkeer naar de vroegere niveaus met verachting voor alles wat het rationele ego teweeg heeft gebracht. Natuur Mystiek moet natuurlijk ook niet verward worden met de magie van het praten tegen bomen of het lopen over vuur, net zo goed als de mythische wereld van het kind in niets te vergelijken is met het de goddelijke eenheidsbeleving van een mysticus als Johannes van het Kruis op het Subtiele niveau. Zo ook is uiteindelijk de psychose niets meer of minder dan een terugval naar de basale prepersoonlijke niveaus daar waar de verlichting het eindpunt is van de reis naar het Nonduale.

Het New-Age denken brengt helaas vele ideeën voort die niets met transpersoonlijke ontwikkeling te maken hebben maar alles met zelfverheerlijking en egocentrisme. Veel theorieën stellen de macht van het ego vaak op een magische wijze centraal. Het gaat meer over het cultiveren van het narcisme dan over compassie en wijsheid. En het grootste probleem is misschien wel de blinde vlek die in deze wereld bestaat voor dit onderwerp. Dat regressieve tendensen en de versterking van prepersoonlijke niveaus een authentieke transpersoonlijke ontwikkeling in de weg staan moge duidelijk zijn. Dat zij een ongezonde ontwikkeling kunnen versterken in de vorm van een psychotische ontregeling ligt soms voor de hand. Al is voor een ernstige psychose meestal ook een biologische kwetsbaarheid nodig.

Van dissociatie naar integratie

In bovenstaande heb ik getracht enige helderheid aan te brengen in het verschil tussen psychose en verlichting. De moderne psychiatrie denkt zich te kunnen permitteren om elke vorm van transpersoonlijke ontwikkeling te duiden als een terugval naar kinderlijke fantasie. Binnen de alternatieve stromingen verenigt in het New-Age denken zie je de omgekeerde fout. Regressieve ontwikkeling worden geduid als persoonlijke groei. De waarheid ligt zoals gewoonlijk in het midden.

Verwijzend naar de titel van dit symposium ben ik van mening dat je kunt zeggen dat verknipt en verlicht goed van elkaar onderscheiden kunnen worden. Voorwaarde is wel dat je je eigen referentiekader weet te verbreden door de hogere niveaus van bewustzijnsontwikkeling te accepteren als reële mogelijkheid. Echte persoonlijke groei is herkenbaar aan een afname van het narcisme en een toename van mededogen en wijsheid. Met dat criterium in het achterhoofd is het niet moeilijk om te zien dat in de huidige individualistische samenleving maar zeer weinig mensen het niveau van het Nonduale hebben bereikt. Daar staat een grote groep mensen tegenover die om wat voor reden dan ook te kampen hebben met een terugval naar of het niet los kunnen komen uit de prepersoonlijke niveaus waar primitieve emoties, magisch denken, narcisme, egocentrisme en in het ergste geval psychose regeren. Aan de hand van de genoemde kenmerken heb ik hopelijk duidelijk kunnen maken hoe beide groepen van elkaar onderscheiden kunnen worden.

Het is de hoogste tijd dat wij meer aandacht gaan besteden aan een integrale visie op bewustzijn en ontwikkeling. Het ontwikkelingsmodel van Wilber kan daarbij een goede eerste leidraad zijn. Het is gekoppeld aan vrijwel alle denkbare facetten van het menselijk bestaan en houdt ter dege rekening met de verworvenheden binnen de verschillende wetenschappelijke domeinen. Het model biedt ongekende mogelijkheden om de dissociatieve wonden in ons eigen denken te helen. Een integrale visie kan de deur openen naar een authentiek spirituele transformatie. En het uiteindelijke doel van dat alles is de ervaring van het Nonduale, de verlichting, om van daaruit terug te keren in het volle besef een gewoon mens te zijn.

En misschien dat we dan het antwoord weten op de vragen die Huston Smit zich stelt aan het begin van zijn prachtige boek “The World Religions”:

Where are we?
Why are we here?
What does it all mean?
What, if anything, are we supposed to do?

Ik dank u voor uw aandacht….

Door: Victor Frankl

Bron: Home.Zonnet.nl

woensdag 20 juni 2012

Antahkarana



Alice Bailey en diverse andere auteurs van Tibetaanse filosofie beschrijven ook de Antahkarana. Zij beschrijven Antahkarana als deel van de spirituele anatomie. Het is de verbinding tussen het fysieke brein en het Hoger Zelf. Het is deze verbinding die moet genezen en ontwikkelen willen we spiritueel kunnen groeien. De Antahkarana hier besproken en afgebeeld staat voor deze verbinding en wordt geactiveerd als je in zijn buurt bent.

Kirlianfotografie laat zien dat een lijn getekend op papier een effect heeft op de ruimte eromheen en dat het de menselijke Aura en Chakra's beïnvloedt op de verschillende manieren zoals de tekening uitstraalt. Dit bewijst ook hoe oud de yantra meditaties zijn die gebruik maken van plaatjes om het bewustzijn te schonen en te laten groeien.

Antahkarana is een oud helend symbool. Het werd al duizenden jaren gebruikt voor meditatie in Tibet en China. Het is een krachtig symbool en werkt simpelweg al als je het in je buurt hebt. Het zal een positief effect geven op de Aura en de Chakra's. Terwijl het helend werkt, focust en verdiept het ook de actie van de helende Energieën die erbij betrokken zijn. Terwijl je mediteert met het symbool bij je of vlakbij creëert het automatisch, wat de Taoisten noemen, 'het groot microkosmische lichaam' waarin normaal gesproken de Energie via de kruin naar binnen gaat. Nu gebeurt dat via de voeten en de Energie gaat dan via de achterkant van het lichaam naar het hoofd en dan weer naar beneden langs de voorkant naar de voeten. De persoon grondend gaat zij verder naar de aarde en creëert een voortdurende stroming van Energie door de Chakra's.

Antahkarana neutraliseert ook negatieve Energie die zich bijvoorbeeld in sieraden of kristallen verzameld heeft, door simpelweg het object tussen twee symbolen te plaatsen.

Als aanvulling wil ik vermelden dat Antahkarana alle healingwerk versterkt zoals Reiki, Polariteitstherapie, Chiropraktie, Hypnotherapie, Regressie Therapie e.d. Deze positieve effecten zijn telkens weer bevestigd door de mensen die met Antahkarana werken en door helderziende observatie door de verandering in de Aura en Chakra's.

Antahkarana is multi-dimensionaal. Van een kant uit lijkt het 2 dimensionaal, opgebouwd van drie zevens op een platte ondergrond. De drie zevens staan voor de 7 Chakra's, de zeven kleuren en de zeven tonen van de toonladder.

Deze drie zevens komen ook voor in het bijbelboek Openbaring als de 7 kaarsen, de 7 trompetten en de 7 zegels. Uit een andere hoek bekeken is Antahkarana een 3-dimenisionale kubus. Zijn Energie bouwt zich op van 2-dimensionaal naar 3-dimensionaal en kan gezien worden. Hij gaat door tot ongeziene dimensies tot en met de hoogste dimensie: het Hoger Zelf!

Historisch gezien kan het gebruik van dit symbool teruggevoerd worden tot een aantal Reiki Masters met een oude Tibetaanse meditatietechniek. De weinige Tibetaanse meditatie meesters die wisten van dit symbool, neigden ertoe om dit voor zichzelf te houden zo dat de toegenomen waarde die het creëerde voor hun werk zou bijdragen aan hun status. Daarom is het gebruik van Antahkarana niet wijd verspreid.

De Tibetaanse meditatie waar Antahkarana in gebruikt werd, was in een ruimte verlicht met kaarsen. In het midden van de kamer was een groot aarden vat in de vorm van een ovaal, het symbool voor het kosmische ei van het universum. Het vat was gevuld met wat water en in het midden van de kamer was een meditatiebankje. Op het zitgedeelte van dit bankje was Antahkarana ingelegd in zilver. De muur was bekleed met koper en zo gepolijst dat het scheen. Aan de andere muur hingen wandkleden met Reiki symbolen. Als een Tibetaanse Lama wilde mediteren dan zou hij op het bankje plaatsnemen en staren naar het beeld van het Reiki symbool wat gereflecteerd werd in de koperen wand.

Deze yantra meditatie zorgt ervoor dat iemand een punt van aandacht heeft, terwijl het bewustzijn met de transcenderende Energie van het Reiki symbool wordt gebruikt. Het Antahkarana symbool op het bankje wordt gebruikt om de Energie te genereren en door de persoon heen te stromen - op een gelijke manier door alle Chakra's - en dan verbindt het de persoon met de aarde.

Het is duidelijk dat de Tibetanen niet de oorspronkelijke gebruikers zijn van dit symbool en er zijn geen geschreven bewijzen van zijn oorsprong. Door helderziende waarneming, door Michelle Griffith, iemand die in staat was af te stemmen op het symbool, was het mogelijk de geschiedenis van dit symbool te 'lezen'. Michelle ontdekte dat het symbool 100.000 jaar geleden aan de mensheid voor het eerst was gegeven, tijdens de tijd van Lemurie.

Dit symbool is gemaakt door de raad van Opgestegen Meesters die gaan over de evolutie van de Melkweg. Zij zagen dat de mensheid van de Aarde in nood was en dat zij hulp nodig had om de verbinding met hun Hoger Zelf te herstellen. Ze creëerden daarom dit symbool met een gebod bezield met zijn eigen bewustzijn. Iedereen die dit symbool gebruikt zal connectie hebben en versterken tussen het fysieke brein en het Hoger Zelf. Het Hoger Zelf creëert en leidt de voordelen van dit symbool en daarom zal dit symbool nooit gebruikt worden voor negatieve doeleinden.

maandag 7 mei 2012

Karma: de wet van oorzaak en gevolg

Over karma heeft vrijwel iedereen wel eens gehoord. Maar wat betekent Karma nu precies?
De letterlijke betekenis van karma is “handelen”. Karma wordt ook wel de wet van oorzaak en gevolg genoemd. Dit betekent dat alles wat we doen een oorzaak vormt, die op een later tijdstip een gevolg heeft. In het Boeddhisme wordt veel aandacht besteed aan de motivatie of bedoeling die achter ons handelen zit, omdat deze in feite het karma bepaalt.

We gaan in onze jeugd naar school en plukken daar later als we volwassen zijn de vruchten van. Als je goed je best hebt gedaan met de studie, zul je later wellicht meer verdienen met een betere baan vinden dan iemand die het nut niet inzag van school en studie. Natuurlijk is dit wel een heel zwart-witte voorstelling van karma, maar het zal duidelijk zijn dat alles wat we doen gevolgen heeft, hoe subtiel de oorzaken ook mogen zijn.

Wat is karma en hoe werkt het?
Karma is een Sanskriet woord en betekent handeling en verwijst naar activiteiten die we verrichten met lichaam, spraak en geest. Deze activiteiten laten indrukken of zaadjes op onze geestesstroom achter, die rijpen tot ervaringen wanneer aan de juiste voorwaarden wordt voldaan. De zaadjes van onze activiteiten gaan met ons mee van het ene leven naar het andere en gaan dus niet verloren. Als we echter geen oorzaak of karma creëren voor iets, dan zullen we ook de gevolgen niet ervaren: als een boer geen tarwe zaait, zal er ook geen tarwe groeien.

Als een gemotiveerde activiteit pijn en ellende tot gevolg heeft voor anderen, dan wordt het een negatieve, destructieve of ondeugdzame activiteit genoemd. Als een activiteit bewust gewild geluk veroorzaakt, wordt hij positief, constructief of deugdzaam genoemd. Activiteiten zijn niet inherent goed of slecht, maar worden alleen zo genoemd overeenkomstig het gevolg dat ze veroorzaken voor degene die de actie doet. Positieve acties veroorzaken prettige ervaringen voor de dader, en negatieve acties veroorzaken problemen en negatieve ervaringen voor de dader.

De werking van oorzaak en gevolg op onze geestesstroom is wetenschappelijk. Alle gevolgen ontspringen uit oorzaken die in staat zijn hen voort te brengen. Als we appelzaadjes zaaien, zal er een appelboom groeien en geen Spaanse peper. Als we Spaanse peperzaadjes zaaien, zal er Spaanse peper groeien en geen appelboom. Als we positieve activiteiten verrichten, zal geluk volgen en als we negatieve activiteiten verrichten, zullen problemen het resultaat zijn. Alle geluk en voorspoed die we in ons leven ervaren, zijn dus veroorzaakt door onze eigen positieve activiteiten in het verleden. Evenzo zijn al problemen veroorzaakt door onze eigen destructieve activiteiten.

Is karma of de wet van oorzaak en gevolg een systeem van beloning en straf?

 Beslist niet. Er is niemand die beloning of straf uitdeelt. Wij creëren zelf oorzaken door onze activiteiten en we ervaren de gevolgen daarvan. We zijn dus verantwoordelijk voor onze eigen prettige en vervelende ervaringen. Boeddha heeft het systeem van oorzaak en gevolg evenmin uitgevonden als Newton de zwaartekracht uitvond. Boeddha beschreef alleen het natuurlijke proces van oorzaak en gevolg dat in de geestesstroom van elk voelend wezen plaatsvindt. Hiermee toonde hij ons hoe we het beste kunnen handelen binnen de wet van oorzaak en gevolg teneinde het geluk te bereiken dat we wensen en de pijn te vermijden waar we een hekel aan hebben.

De misvatting dat geluk en lijden respectievelijk beloning en straf zijn stamt waarschijnlijk uit onjuiste vertalingen van boeddhistische teksten.

Lees verder op: Maitreya.nl

woensdag 11 april 2012

Mindfulness

Mindfulness klinkt als een geleerd woord, maar het is in wezen de benaming van een verpakking waarvan de inhoud oeroud is. De term 'mindfulness' is zowel verbonden met Yoga, Zen, Tai Chi, Qigong, QiHuna, het Boeddhisme, alsook met de zeer oude Christelijke mystieke tradities, die vergelijkbare meditatie-technieken hanteerden en ook vergelijkbare ervaringen beschreven.

De technieken, die in mindfulness worden toegepast, zijn dus in wezen zo oud als de mensheid zelf. Kortom: combineer meditatie met het richten van jouw aandacht op de ademhaling en dan heb je een idee van het fundament waarop mindfulness stoelt. Al de rest zijn afleidingen daarvan.

Van zodra je leert mediteren, besef je dat een mens niet ademt in het verleden, noch in de toekomst, maar in het hier-en-nu. Door je daarvan bewust te zijn en op elke in- en uitademing te letten, leef je automatisch meer en meer in het moment zelf.

Mindfulness wordt op vele manieren beschreven, maar in al die beschrijvingen worden (1) aandacht, (2) in het heden aanwezig zijn, en (3) een houding van niet beoordelende acceptatie vernoemd. Eenvoudig gezegd: aandacht schenken aan wat zich voordoet van moment tot moment zonder te oordelen, wordt 'mindfulness' genoemd.

Het tegendeel ervan is 'mindlessness'. Een voorbeeld hiervan is: je verheugt je om iets lekkers te gaan eten, maar terwijl je eet, ben je met je gedachten ergens anders. De maaltijd is op voordat je het beseft en je hebt eigenlijk nauwelijks iets geproefd. Kortom: je had geen aandacht voor wat er op dat moment was te proeven, want je aandacht was niet in het hier-en-nu.

Een ander voorbeeld is dat je er naar uit ziet om iemand te ontmoeten, en als je met die persoon spreekt, merkt dat je jezelf bezorgd afvraagt 'Zeg ik het wel goed', of 'Wat zal hij/zij van me vinden'. Kortom: je bent dan meer bezig met oordelen over jezelf en mogelijke oordelen van je gesprekspartner, dan dat je aandacht hebt voor die persoon en bemerkt wat er in het gesprek gebeurt. Je bent meer selectief op jezelf georiënteerd, dan op de gehele situatie.

Om terug bij het thema te komen ... Het tegendeel van mindlessness is mindfulness: niet 'elders zijn' met je aandacht, maar duidelijk aanwezig zijn op dat moment. En mindfulness houdt ook in: niet 'veroordelend piekeren', doch de situatie accepteren zoals die nu is.

Mindfulness helpt om het lekkere in het moment-zelf te proeven en de gebeurtenissen in het gesprek te ervaren. Dus, als je eet, eet dan ook met aandacht en proef. En als je met iemand spreekt, doe dat met aandacht en bemerk bij jezelf wat je hebt te zeggen en merk op wat de ander zegt. En, indien je een tentamen maakt, houdt zoveel mogelijk je aandacht bij de vragen en de antwoorden. Piekeren kan altijd nog later.

Lees verder op: Spiritualia.be