Posts tonen met het label zelfkennis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zelfkennis. Alle posts tonen

donderdag 22 november 2012

Ego: het strategische zelf

Dit artikel is geschreven door Pieter Stuurman en overgenomen van zijn blog: pieterstuurman.blogspot.nl

Je hebt mensen die, ondanks hun successen of tegenslagen, altijd zichzelf blijven. Je hebt ook mensen die zichzelf niet zijn. Je hebt mensen die zichzelf voor de gek houden. Je hebt mensen die zichzelf kwijtgeraakt zijn, en mensen die zichzelf gevonden hebben. Of hervonden hebben. Maar wie vindt dan wat?

Als je jezelf niet bent, wat ben je dan? Als je zelf de keuze maakt om anders te zijn dan je bent, dan maak je toch zelf die keuze. Dan is de manier waarop je jezelf presenteert toch een gevolg van de keuze die je zelf maakt, en dus ben je dan toch weer jezelf. Of niet?

Toch hebben mensen een feilloos gevoel voor authenticiteit als het gaat om het zelf. Vooral bij anderen. Dat impliceert dat er een zelf bestaat dat authentiek is, en waarvan naar keuze kan worden afgeweken, maar dat zo’n keuze een minder authentiek zelf oplevert. Ook al is die keuze zelf gemaakt. Het gaat ervan uit dat er in de kern van iedereen een onveranderbare essentie ligt. Een zelf zoals het is, en blijft. Ook al kies je uit vrije wil voor iets anders.

Als het essentiële zelf onveranderbaar is, dan kan de vrije wil er ook geen invloed op hebben. Dan moet die vrije wil dus invloed hebben op iets anders dan het essentiële zelf. Dan moet er dus ook een veranderbaar, of programmeerbaar deel van het zelf bestaan. Een deel dat keuzes kan maken, dat strategieën kan ontwikkelen en volgen. Het programmeerbare zelf.

Als het essentiële zelf onveranderbaar is, dan kan het zich niet aanpassen. Het is dan immers zoals het is. En zonder aanpassingsvermogen wordt het leven onhanteerbaar. Situaties doen zich in alle mogelijke vormen voor, kunnen bedreigend zijn, en moeten worden gehanteerd. Daarom is het noodzakelijk dat we ons kunnen beschermen tegen alle dingen die we meemaken en op ons afkomen. En dat wapenen doen we door strategieën te ontwikkelen. Iedereen doet dat op zijn manier; de manier die het beste bij hem of haar lijkt te passen. Het wapenen gebeurt uit noodzaak, het bepalen van de strategische richting uit vrije wil.

Die vrije wil heeft daarmee alleen invloed op het programmeerbare zelf. Strategieën worden gevormd door een combinatie van vrije wil en omstandigheden. De omstandigheden geven aan voor welke gevaren het zelf beschermd moet worden en op basis daarvan wordt een zo goed mogelijk passende strategie ontwikkeld. Het is daarvoor dus noodzakelijk dat we ons van de gevaren bewust zijn. Het bewust zijn van gevaren noemen we angst.

Strategieën worden dus gevormd op basis van angst, in combinatie met een mix van vrije wil en van talenten (je kiest voor je sterkste kanten als je jezelf wil wapenen tegen gevaren).

Het programmeerbare, strategische zelf is een noodzakelijk hulpmiddel om te overleven in een materiële wereld. Het essentiële zelf is immers onveranderbaar, en kan dus ook geen keuzes maken om zich te verdedigen.

Strategieën werken alleen als je jezelf eraan houdt. Werkende strategieën die hun nut bewezen lijken te hebben, zijn daarom zeer hardnekkig. Ze vormen een beveiligingsschild rondom het zelf en beschermen dat zelf tegen alles waarvoor het bang is. Het loslaten van zo’n schild zal dus direct meer angst opleveren en zal daarom vermeden worden.

Dat geeft het strategische zelf (ook wel ego genoemd) macht over het essentiële zelf. Hoe succesvoller de gekozen strategieën lijken te zijn, hoe meer ruimte het strategische zelf krijgt om nieuwe strategieën te ontwikkelen of bestaande strategieën te versterken. En die strategieën leveren controle op. Het geeft een persoon controle over zijn leven. En daarmee over zijn essentiële zelf.

Maar omdat het essentiële zelf onveranderbaar is, kan het ego dat essentiële zelf alleen controleren door het te onderdrukken of te verduisteren.

Mensen die zichzelf niet zijn, doen dat vanuit angst. Wat we dan te zien krijgen is het strategische zelf, in plaats van het essentiële zelf. Andere mensen voelen dat vaak goed aan, en zeggen: hij is zichzelf niet. Voor de persoon in kwestie is het meestal niet zo duidelijk. Hoe succesvoller een strategie lijkt te zijn, hoe sterker mensen zich ermee gaan vereenzelvigen. En dan kan het gebeuren dat die mensen gaan denken dat ze hun strategische zelf (hun ego) zijn.

In dat geval is het essentiële zelf volledig verduisterd, en heeft het strategische zelf de macht volledig overgenomen.

Omdat het programeerbare, strategische zelf niet alleen uit vrije autonome keuzes bestaat, maar ook gevoed wordt door (angst voor) omstandigheden, is het ook van buitenaf programmeerbaar. Als een ander het voor elkaar krijgt om angst te genereren, dan zal het strategische zelf daarop reageren. Het is om die reden dat angst voortdurend gebruikt wordt om anderen te beïnvloeden. Het is de enige manier om anderen te programmeren.

Alle pogingen om anderen te programmeren zijn gericht op het strategische zelf, en bestaan uit het enige voedsel voor dat ego: angst. Zonder angst is er geen enkele aanleiding voor het vormen of aanpassen van strategieën. Mensen die anderen proberen te beïnvloeden, doen dat altijd door die anderen te voeden met angst. Er is simpelweg geen andere manier.

Opvoeden is een vorm van programmeren. Vandaar dat opvoeden hoofdzakelijk bestaat uit het gecontroleerd voeden van angst. Het is gebaseerd op de gedachte: input is output. Stop je de juiste angsten in een kind, dan kun je een bepaalde reactie verwachten. Alle boodschappen zijn gericht op het strategische zelf: je moet goede cijfers halen want anders krijg je geen diploma, je moet een diploma halen want anders kun je niet studeren, je moet studeren want anders krijg je geen goede baan, je moet en goede baan hebben want anders krijg je maar weinig geld of aanzien etc.

Ook alle reclame- en propagandaboodschappen waarmee we voortdurend geconfronteerd worden, zijn gericht op het ego. Het programmeerbare, strategische zelf/ego wordt vanaf onze eerste dag gevoed, en zelfs vetgemest. En hoe vetter dat strategische zelf wordt, hoe meer het essentiële zelf weggedrukt of verduisterd wordt (en hoe gemakkelijker een persoon programmeerbaar wordt). Het strategische zelf, dat in eerste instantie bedoeld was ter bescherming van het essentiële zelf, heeft dat essentiële zelf buitenspel gezet. Het is van een handig hulpmiddel, een dienaar, verworden tot een dictator. Maar het essentiële zelf is er nog wel. Het is onveranderbaar en dus ook onuitwisbaar.

En bij veel mensen komt er dan ook een moment waarop er een conflict ontstaat tussen die twee ‘zelven’. En zo’n conflict noemen we een psychisch probleem. Het is het probleem dat zich voordoet bij degene wiens strategie het is om altijd grappig en vrolijk te zijn maar zich steeds depressiever voelt, het is het probleem van degene die zich altijd sterk en stoer voordoet maar steeds onzekerder wordt, het is het probleem van degene die zich altijd begripvol en verzorgend opstelt maar steeds meer last krijgt van sadistische of gewelddadige gedachten. Enzovoort. Ieder psychisch probleem is het gevolg van een conflict tussen het strategische zelf en het essentiële zelf. En de oorzaak ligt altijd in het strategische zelf dat een richting gekozen heeft die onverenigbaar is met het essentiële zelf. Het essentiële zelf is immers onveranderbaar en dus kan het ook niet goed of slecht zijn. Het is zoals het is.

Omdat het essentiële zelf geen strategieën kent, wordt het oplossen van problemen altijd overgelaten aan het strategische zelf. Maar het strategische zelf is nou juist de veroorzaker van het probleem. Daarom kunnen mensen soms te maken krijgen met zeer hardnekkige psychische problemen. Je kunt het oplossen van een probleem niet overlaten aan de veroorzaker ervan. En verder heb je geen middelen om het aan te pakken.

Dan heb je dus een ander nodig. Een therapeut of zo, of een goede vriend om met te praten. Maar ook therapeuten en goede vrienden zijn gewend om problemen aan te pakken door er controle over te krijgen. Terwijl een overmaat aan controle nou juist de veroorzaker was van het probleem: overmatige controle van het strategische zelf/ego over het essentiële zelf, waardoor het essentiële zelf geen adem meer krijgt.

De enige echte oplossing is dan: het verminderen van de macht van het strategische zelf/ego, waardoor het essentiële zelf weer ruimte krijgt. Maar dat is eng. En het ego zal dus onmiddellijk proberen in te grijpen. De enige echte oplossing is dan het ego minder macht te geven door het los(ser) te laten.

In onze cultuur en in deze tijd heeft het strategische zelf/ego een buitenproportioneel grote rol toebedeeld gekregen. En omdat het ego van buitenaf beïnvloedbaar/programmeerbaar is, worden we voortdurend bestookt met allerlei angsten die tot doel hebben ons een bepaalde richting in te sturen.

Daarmee speelt het ego niet alleen een buitenproportioneel grote rol op individueel niveau, maar ook op collectief niveau. Het collectief (de mensheid) is niets meer dan een verzameling individuen, en is daarmee een afspiegeling van die individuen. Je ziet dan ook dat de samenleving op een vergelijkbare manier ingericht is en bestuurd wordt als het gemiddelde individu.

Ook collectieve angsten worden gepareerd met strategieën. Strategieën die controle moeten opleveren over alle bedreigingen. En je ziet dan ook dat er een collectief ego bestaat dat op vergelijkbare wijze als bij het individuele ego, steeds meer macht naar zich toetrekt. Dat collectieve ego kennen we als regeringen en bestuur.

Net als het individuele ego, is het collectieve ego (bestuur, regering) aangesteld om ons te beschermen tegen bedreigingen. Als een dienaar om ons te verdedigen. Maar net zoals bij het individuele ego, heeft het collectieve ego zich omgevormd van dienaar tot dictator. En ook hier ontstaat een probleem. Door de toenemende macht van dat collectieve ego, kunnen we steeds minder zijn wat we in essentie zijn. We worden voortdurend tot van alles gedwongen, of verhinderd om onszelf te zijn. We zijn onvrij.

En net zoals bij individueel ego, is het enige wapen waarover het collectieve ego beschikt ter bestrijding van een probleem: meer controle. En zo wordt het probleem van onvrijheid, dat veroorzaakt is door het collectieve ego (regering) door datzelfde ego alleen maar versterkt in plaats van opgelost: we worden steeds meer onvrij.

En daarmee hebben we niet meer de vrijheid om te zijn wat we in essentie zijn. En die essentie is onveranderbaar, dus daarin hebben we geen keuze. En daarmee is vrijheid dus iets dat pas bestaat als je niet gedwongen wordt om te kiezen.

De enige mogelijkheid om het essentiële zelf weer de ruimte te geven, is het loslaten van het ego, zowel op individueel als op collectief niveau. We hoeven het ego (zowel het individuele als het collectieve) niet weg te gooien of buitenspel te zetten, sterker nog: we hebben het nodig om te overleven. We kunnen het ook niet bestrijden; het ego is immers een meester in strategie en daarvan verliezen we het altijd. We kunnen het alleen minder serieus nemen. Er minder waarde aan hechten. Losser laten. Het weer de rol geven van dienaar, in plaats van dictator.

Keuzes komen voort uit strategieën, en de vrije wil bepaalt welke strategische keuzes er gemaakt worden. Ook op collectief niveau werkt het zo: (vrije) verkiezingen bepalen welke strategieën collectief gevolgd worden. Maar door te kiezen (voor welke strategie dan ook) geven we macht aan het collectieve ego (regering). De vrije wil is daarmee een gereedschap van het ego, en het ego beperkt de vrijheid om ons essentiële zelf te zijn.

Echte vrijheid staat daarmee haaks op vrije wil. Echte vrijheid laat ons zijn wat we zijn, en daarover hebben we niks te kiezen. Dat zijn we gewoon.

Bron: Visionair.nl

maandag 8 oktober 2012

Communicatie, Law Of Attraction, engelen en gidsen



Verbeelding is een waarachtig godsgeschenk. Het was tenslotte de geest van God die over de wateren zweefde. Niet God zélf. Ook een architect moet in de eerste plaats zijn verbeelding aanspreken, vooraleer hij de dingen op papier zet en daarna een aannemer aanwijst die alles uitvoert.

"Fantasie is belangrijker dan kennis," beweerde Einstein, "want kennis is begrensd." Verbeelding is dus een prachtig iets, zolang je er controle over hebt, maar als het jou controleert ...

Al meer dan 40 jaar doe ik aan Zelfkennis, bestudeer ik de mens en stel ik interesse in alles wat er zich in de parapsychologische wereld afspeelt.

Soms stel ik mezelf wel de vraag wat het wezenlijke verschil is tussen een persoon die met engelen en gidsen communiceert en een persoon die via spiritisme met de overledenen praat. Dan heb je nog mensen die door een entiteit worden bezocht; een entiteit, die soms in dat lichaam kruipt en er dus bezit van neemt.

Het kan nog erger: jarenlang bezocht ik een dame, die ervan overtuigd was dat ze een mannequin was. Je weet wel: zo'n etalagepop in uitstalramen van winkels. Zij was gemaakt van rubber en vanbinnen was ze hol. Ze had dus geen hersenen, geen longen, geen darmen, geen maag, enzovoorts. Uiteindelijk vroeg ze euthanasie aan, hetgeen ze ook verkreeg. Haar laatste wens was om daarna te worden verbrand - want, omdat ze van rubber was gemaakt, zou ze nog eeuwig in een kist blijven voortleven, beweerde ze. Erna was haar naam en ik heb aan haar een nieuwsberichtje gewijd.

De mens wordt geregeerd door zijn brein, en om die reden verkrijgt alles de betekenis die men er zélf aan geeft. Het lichaam - anders gezegd: het verlengde van dat brein - handelt ernaar. Dit betekent dan ook, dat de mens, die dermate met dat lichaam is vergroeid en dus denkt dat hij dat lichaam is, weinig of geen keuze heeft, en dus ook niet over een vrije wil kan beschikken.

Als je denkt dat een keuze maken van wat men vanavond gaat eten, welke film men zal gaan zien, welk werk men zal kiezen, met welke persoon men tussen de lakens wil kruipen, en zo meer, gebasseerd is op 'vrije wil', kan ik je geen ongelijk geven. Toch is vrije wil iets geheel anders. Weet, dat jouw hersenen meestal enkele seconden voordien reeds hebben beslist welke keuze je zult gaan maken.

'Wil' wordt ook verward met 'eigenwil'. Met wilskracht kan een men zelden iets bereiken. Tijdelijk, misschien, maar weinig of niets op lange termijn. Dit doet me denken aan het volgende voorbeeld...

Leg een plank van 30 centimeter breed op de grond en vraag iemand om daarover te lopen. De persoon zal dat zonder bezwaar doen.

Leg nu diezelfde plank tussen twee blokken huizen van de ene nok van het huis naar de andere en stel hem dezelfde vraag. Zijn antwoord zal hoogstwaarschijnlijk zijn: "Ik wil wel, maar ik durf niet. Ik denk en geloof dat ik zal vallen."

Dir voorbeeld kan ons laten inzien dat voelen en geloven sterker is dan de wil.

Over het brein zélf is nog maar heel weinig geweten. En, indien wetenschappers toegeven dat er over de werkzaamheden van de hersenen amper 10% is bekend, waar haalt de gewone sterveling dan het recht vandaan om 'te denken' dat hij er alles over weet? Het antwoord daatop heb ik reeds meermaals gegeven: dit 'denken', dat in dat brein geschiedt, is verbonden met het geheugenmagazijn; een magazijn, waarin dingen zijn opgestapeld die men ooit heeft gelezen, gezien of gehoord. Op 'geleende kennis' dus.

Indien je je door een hypnotiseur laat hypnotiseren, kun je persoonlijkheidsveranderingen ondergaan. Men kan je van alles inpraten en onbewust zul je het als waarheid aannemen en jezelf ernaar gedragen. Blauw wordt rood, en je zult onder hypnose zweren dat het wel degelijk rood is. Onder hypnose kan men jou de suggestie geven dat je superman bent, een kip, of wat dan ook - en eieren zul je leggen. Kakelen ook.

Velen brengen - zonder het te beseffen - zichzelf in die hypnotische toestand en verbeelden zich dingen die we als buitenstaander niet kunnen verifiëren. Omdat het hun sterkte is, wordt de leugen hún waarheid. Ik zal ditmaal niet al té diep op dit thema ingaan, maar de meer bewuste mens zal in staat zijn om achter de hiernavermelde woorden datgene te lezen wat ik in wezen wil bedoelen.

Het Voodooïsme is een geloof, net als een welk ander geloof. Vroeger - ik spreek over de jaren '70 - reed ik meermaals naar Parijs om van de rituelen van Mambo Simonne de Beauvoir te genieten. Tijdens die bezoeken, die altijd gepaard gingen met een lekkere Haitiaanse schotel, bleef ik alert teneinde de dingen goed te kunnen observeren. In Australië maakte ik in de jaren '80 dan weer kennis met de aboriginals, en ook daar kwam ik tot dezelfde vaststelling dat de mens in wezen het onbewuste slachtoffer is van zijn eigen verbeeldingswereld."

Wat er ooit sedert het kind-zijn werd ingestopt, komt er dan ook automatisch weer uit. Daarom is de opvoeding thuis, naast de educatie op school, primordiaal voor het opgroeiend kind. Stop het in de handen van onwetende mensen, en het groeit uit tot een gelovig iemand, een ongelovig iemand, een bijgelovig iemand, maar geenszins tot een mens die in staat is het instinctieve bewustzijn te veredelen en uit te groeien tot meer-mens-zijn en tot een mens 'die weet'.

Het feit dat je met gidsen, overledenen en hogere geesten kunt communiceren, maakt daar deel van uit. Rose Marie Pierre, een Mambo, oftewel: vrouwelijke Voodoo priesteres, baat al jarenlang een tempel uit in Flatbush, van het Amerikaanse Brooklyn.

Het is in deze tempel dat zowel priesters als leken hun lichaam door de loa laten bezitten. Loa zijn machtige geesten uit het dodenrijk, die als tussenwezens fungeren en verbinding leggen tussen de mensheid en verre Voodooïstische goden.

De meeste loa zijn kwaadaardig, sommmige richten schade aan - en, om dit te voorkomen moet elke geest op een specifieke manier worden opgeroepen en benaderd. Men begint met een Vévé op de grond te tekenen. Zo heeft elke geest een eigen Vévé, een eigen symbool. Hierbij wordt meestal maïsmeel gebruikt. Op een altaar worden offers aangebracht terwijl men ondertussen muziek maakt, zingt en danst.

Van zodra een loa bezit neemt van een lichaam gaat alles er veel wilder en intenser aan toe. Dan wordt er geroepen en geschreeuwd en lopen de stervelingen als wilden door de kamer rond, alsof ze door iets in verwarring zijn gebracht. De oogbollen zijn naar boven gericht, net als in de REM-slaap. Omstaanders staan klaar om de persoon op te vangen van zodra ze zien dat hij/zij elk moment achterover kan vallen, omdat de persoon het bewustzijn heeft verloren.

Het hoofdingrediënt is trance en bij de meesten gebeurt dat automatisch en hebben ze aldaar helemaal geen drugs voor nodig. In onze gewesten gaat het er iets minder primitief aan toe, en het woordje 'trance' verkrijgt andere, meer aanvaarde benamingen, maar - zoals ik reeds eerder schreef: alles hangt van opvoeding en conditionering af. Indien wij, bijvoorbeeld, in Haïti waren geboren, zouden we die dingen ook aanvaarden als 'heel normaal'.

Indien we dus de essentie, de onderliggende gedachten en geloofsovertuigingen, van die menstypen aan een nader onderzoek onderwerpen, en die vergelijken met die van de meer ontwikkelde, westerse mens, belanden we bij hetzelfde beginsel. Om die reden kunnen we dan ook geen duidelijke grens trekken tussen geloof en bijgeloof, tussen wat echt is en wat verbeelding, enzovoorts.

Uiteindelijk hebben geen van beiden iets uitstaans met 'écht weten' en zal het nog honderden jaren duren vooraleer we kunnen spreken van de mens met een hoger niveau van bewust-zijn. Ondertussen laten we iedereen - wereldwijd - verder genieten van zijn/haar eigen geloof; een geloof, eigen aan de omgeving waarin de persoon is opgegroeid.

Bron: Spiritualia.be via Wereldgeheimen.nl

zondag 19 augustus 2012

Psychose of verlichting - Zegeningen en gevaren van het transpersoonlijke

Allereerst wil ik de organisatie danken voor de uitnodiging om hier in dit selecte gezelschap te spreken over dit onderwerp. Waar ik het met u over wil hebben is de vraag of er verschillen zijn aan te geven tussen psychotische belevingen zoals we die kennen van de meest ernstige psychiatrische ziektebeelden enerzijds en spirituele ervaringen anderzijds. Voor een psychiater is dat geen gemakkelijk opgave omdat, sinds Freud religie en spiritualiteit bij de psychiatrie eigenlijk in een wat twijfelachtig daglicht staan. Wie zich verdiept in de hedendaagse psychiatrie ontdekt al gauw dat het focus van de psychiatrie licht op de biologische aspecten van psychiatrische ziektebeelden en de ontwikkeling van een objectieve “evidence based” maatstaf om psychiatrische ziektebeelden in kaart te brengen en te behandelen. Daar kan ik mij op zich ook heel goed in vinden. In deze psychiatrie lijkt echter bij voorbaat geen plaats te zijn voor religieuze ervaringen, voor zaken als transpersoonlijke ontwikkeling of andere vormen van bewustzijn, hogere vormen van bewustzijn. Het volgroeide ego is het hoogst haalbare ontwikkelingsniveau van de mens en daarmee houdt het verhaal van de reguliere psychiatrie doorgaans op. Alles wat niet meetbaar is, is per definitie niet verifieerbaar, dus niet wetenschappelijk aantoonbaar en dus niet waar. Het beperkte dogma van die wetenschappelijke waarheid heeft daarmee een fors stempel gedrukt ook op de psychiatrie. Het zal u niet verbazen als ik zeg dat ik denk dat het tijd is voor een herwaardering. Het wordt tijd dat we gaan inzien dat er verschillende domeinen waarbinnen wetenschap zich kan ontwikkelen.

Collega Swaab sprak over het externe domein van de materie, waarin alles objectief en waardevrij in maat en getal gekend kan worden. In dit domein zijn geen waarden, intenties, diepten of betekenis te vinden. Er is sprake van existentie zonder doel of plan. Kwaliteit wordt gedegradeerd tot kwantiteit. Maar een ieder van ons, zoals we hier zitten, is zich bewust van een subjectief innerlijk universum vol van waarden, normen, zingeving en betekenis. Als we naar inhoud en betekenis willen kijken praten we over een fundamenteel ander domein, een innerlijk domein dat bestaat naast het uiterlijk domein en niet hiertoe gereduceerd kan worden. Over dat domein wil ik met u praten.

Gedachte: Swaab refereert aan een platte uitgestrekte wereld zonder waarden en normen, zonder betekenis en inhoud. Toch pretendeert hij dat deze uiterlijk waarneembare wereld kwalitatief meer waar is en hoger aangeschreven staat dan de wereld van het innerlijk. Hij denkt dus in kwaliteiten van het innerlijk universum waarvan het bestaan in zijn eigen wereldbeeld zoniet ontkend dan toch wel ernstig geridiculiseerd wordt.

Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat sommige mensen die over spirituele ervaringen vertellen lijden aan een ernstige psychiatrische ziekte. Ik denk echter dat er een kleine groep mensen is die spreekt over authentieke, verifieerbare ervaringen die voortkomen uit wat genoemd kan worden hogere niveaus van bewustzijn, vormen van bewustzijn die de beperkte grenzen van het alledaagse rationele ego overschrijden zonder dat er sprake is van desintegratie van psychische structuren. Hoe waanzin en verlichting als fenomeen van elkaar te onderscheiden is onderwerp van deze lezing.

De fenomenologie van de psychose

Eerlijk is eerlijk. Niet alles wat op spiritualiteit of verlichting lijkt is dat ook. De grens tussen psychose en verlichting is soms flinterdun. Om onderscheid te kunnen maken is het goed eerst stil te staan bij wat men onder een psychose verstaat. Per definitie is een psychose een staat van bewustzijn waarbij het contact met de werkelijkheid verstoort is geraakt. De realiteitstoetsing faalt. Dit kan zich uiten de een van de twee meest kenmerkende symptomen van een psychose: wanen en hallucinaties.

Meer in detail is een waan een inhoudelijke denkstoornis (in tegenstelling tot de formele denkstoornis zoals van de hak op de tak denken of vertraagd denken). De inhoud van het denken wordt gekleurd door niet corrigeerbare irreële gedachten over de persoon zelf of de omgeving om hem heen. Centrale vraag daarbij is hoe ernstig de realiteitstoetsing gestoord is en wie dat bepaald. Als iemand erover klaagt dat hij achtervolgd wordt door de BVD dan hoeft dat natuurlijk geen waan te zijn. Als er infrarood camera’s in zijn huis zijn aangebracht, de buren in werkelijkheid undercover agenten zijn die door de muren kunnen kijken, voorbijgangers op straat met radarogen het lichaam scannen en er een zendertje is ingebracht dat de seksuele organen prikkelt dan begin ik persoonlijk wel te twijfelen aan de realiteit van deze gedachten. De niet flexibele instelling en de oncorrigeerbaarheid van de dwaling in het denken zijn meestal typerend voor een waangedachte. Dat op religieus of spiritueel gebied de grenzen tussen waan en werkelijkheid moeilijker te trekken zijn zal duidelijk zijn. De geschiedenis staat bol van religieuze denkbeelden die grenzen aan het waanachtige.

Behalve wanen kunnen ook hallucinaties onderdeel zijn van een psychose. Een hallucinatie is een zintuiglijke waarneming zonder fysieke prikkel en kan elk zintuig betreffen (horen, zien, ruiken, proeven, voelen). Het horen van stemmen is de meest voorkomende hallucinatie. De stemmen worden als werkelijk beschouwd en per definitie wordt er door degene die ze hoort niet getwijfeld aan de echtheid van de waarneming. Hetzelfde geldt voor andere zintuiglijke gewaarwordingen.

Het is belangrijk in dit kader op te merken dat in psychiatrische zin het voorkomen van wanen en/of hallucinaties verwijst naar een ernstige (vaak organisch bepaalde) psychiatrische stoornis. Persoonlijk ben ik het daar volledig mee eens. De kans dat deze verschijnselen aan iets anders toe te schrijven zijn dan een ernstige aandoening acht ik klein (maar niet uitgesloten). Veel ernstige psychiatrische ziektebeelden kunnen gepaard gaan met de aanwezigheid van wanen en/of hallucinaties. Het bekendste ziektebeeld is schizofrenie, een hersenziekte met inmiddels aantoonbare biologische beschadigingen die ernstige problemen veroorzaakt op alle levensterreinen. Daarnaast kunnen wanen en hallucinaties voorkomen bij ernstige depressies of manieën, bij dementie en andere organische psychosyndromen.

De fenomenologie van de verlichting

Om het mezelf moeilijk te maken wil ik een poging wagen een aantal kenmerken van een authentiek spirituele ervaring uitmondend in een toestand van verlichting te beschrijven. Ik zal hiervoor gebruik maken van het spectrummodel van Ken Wilber waarin de transpersoonlijke stadia van ontwikkeling uitvoerig in kaart zijn gebracht.

Wilber ziet de ontwikkeling en evolutie van het bewustzijn als een complex proces van toenemende synthese en integratie van psychische structuren. Voor de mensen die zijn werk niet kennen zal ik proberen twintig jaar theorievorming samen te vatten in twee minuten.

De ontwikkeling van het bewustzijn verloopt in stadia, vanuit elk stadium ziet de wereld er anders uit en kijken we op een bepaalde manier naar onszelf en onze omgeving. We beginnen het leven als kind in een ongedifferentieerde archaische wereld waarin geen grenzen bestaan. Het fysieke zelf en de fysieke wereld vormen nog een eenheid. Het duurt niet lang voordat het kind zich los maakt uit die ongedifferentieerde matrix en ontdekt dat zijn fysieke zelf anders is dan de omgeving. Het kind bijt in het laken en dat doet geen pijn. Het bijt in zijn duim dat doet wel pijn. Er is dus een verschil, en rond het einde van het eerste jaar heeft de baby zich los kunnen maken van zijn versmoltenheid met de fysieke wereld. Het kind heeft dan nog niet de grenzen getrokken van het emotionele zelf, dat is de volgende stap. Zijn eigen gevoelens zijn nog versmolten met die van belangrijke mensen in zijn omgeving. Het kind denkt dat de wereld voelt wat hij voelt, dat de wereld wil wat hij wil en dat de wereld ziet wat hij ziet (ik heb twee kleine zoontjes). Het wereldbeeld is dus magisch. Het moet leren onderscheid te maken tussen het emotionele zelf en de emotionele omgeving, leren duidelijke emotionele grenzen te trekken tussen zichzelf en de wereld. Tegen het eind van het tweede jaar moet normaal gesproken dit stadium bereikt zijn.

Tussen het tweede en vierde jaar vindt de ontwikkeling plaats van het conceptuele zelf. Piaget noemde dit het pre-operatione stadium. Het kind leert te werken met beelden, symbolen en concepten. Het gaat zich langzaam maar zeker vereenzelvigen met het mentale zelf. Het kind is geen bundel gewaarwordingen, impulsen en emoties maar heeft dit omgezet een een verzameling symbolen en concepten. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is de taal en met de ontwikkeling van de taal treedt het kind een nieuwe wereld binnen vol met verhalen en mythen.

Deze eerste drie stadia worden vaak pre-persoonlijk, narcistisch en egocentrisch genoemd omdat het kind vooral op zichzelf gericht is.

Het egocentrische perspectief ondergaat een radicale verandering bij het vermogen je in te leven in een ander. Dat is de volgende ontwikkelingstap die gezet moet worden. Deze ontwikkeling begint rond het 5de –6de jaar en loopt door tot de puberteit. Belangrijk wordt in deze fase niet hoe ik moet omgaan met mijn impulsen en emoties, maar hoe ik mijn verschillende sociale rollen moet leren spelen. Hoe pas ik bij mijn groep, mijn land, mijn volk. Nu ik me in de ander kan verplaatsen wordt het belangrijk hoe ik mij tot die ander moet verhouden. Zelf- en wereldbeeld worden bepaald door de groep waartoe je behoort. De identiteit verschuift van egocentrisch naar sociaal, al is het sociale perspectief nog vrij beperkt.

Rond het 11de tot 15de jaar verschijnt het vermogen tot formeel-operationeel bewustzijn. We treden de wereld van ideeën binnen. Een eindeloze wereld van mogelijkheden die in ons bewustzijn tot ontplooing komt. Allerlei idealistische mogelijkheden doemen op, we kunnen dromen van dingen die er nog niet zijn. Het is de leeftijd van redenatie en revolutie. We kunnen gaan nadenken over het denken, de innerlijke wereld verschijnt voor ons geestesoog. Het kritisch vermogen komt tot ontwikkeling, waardoor je gaat nadenken over de regels en rollen die tot dan toe je leven bepaalde. De exclusieve identificatie met de sociale rollen die je speelt kun je langzaam loslaten. Je ontdenkt dat jouw groep niet de enige is in het universum, dat jouw god niet de enige is, dat jouw ideologie niet de enige is (ik heb het hier over de normale gezonde ontwikkeling van het bewustzijn). Het perspectief wordt mondiaal, divers en multicultureel.

Het laatste ontwikkelingsstadium dat de orthodoxe westerse psychologie erkent is het stadium van visioen-logica en brengt ons op de rand van de transpersoonlijke stadia. Dit bewustzijn wordt gekenmerkt door een groot vermogen tot integratie. Het zelf en de wereld worden gezien en ervaren als een eindeloos interactief netwerk van mogelijkheden en ideeën. Het observerende zelf begint zowel het denkvermogen als het lichaam te overstijgen en kan naar beide kijken als objecten. Daarmee zijn we aan de grens belandt van de transpersoonlijke stadia van ontwikkeling.

Het eerste werkelijk transpersoonlijk niveau dat Wilber onderscheidt is het Psychische. Op dit niveau veranderen iemands cognitieve en perceptuele mogelijkheden op een dramatische manier. Het bewustzijn verbreed zich tot ver voorbij de grenzen van het benauwende persoonlijke en individuele perspectief. Het bewustzijn kenmerkt zich door inzicht in de veelvormigheid van de wereld en in de universele wetten die hieraan ten grondslag liggen. Het is het niveau van het innerlijke zien. Iemand op dit niveau kan een eenheid met de hem omringende wereld ervaren zoals beschreven in de Natuur Mystiek. Stel u maakt een mooie natuurwandeling, u bent ontspannen en ontvankelijk voor de indrukken uit de omgeving., u kijkt naar een prachtige berg en wham… plotseling is er niet meer iemand die kijkt…. Alleen nog de berg. De kracht van het innerlijk zien is vele malen groter dan de kracht van het denken in begrippen en ideeën op het vorige niveau. De wereld wordt directer en intenser ervaren. De gedachtewereld van het concrete en abstracte denken (die nog steeds ter beschikking staat) wordt aangevuld met de mogelijkheden van een directe innerlijke waarneming en inspiratie.

Het volgende niveau noemt Wilber het Subtiele. Dit is het niveau van de transpersoonlijke archetypes, de platonische vormen, de Goddelijke vonk die in ieder van ons brand (Ishtadeva in Hindoeïsme, Yidam in Mahayana Boeddhisme, demiurge in Gnosticisme). Dit is het niveau van het Goddelijke Mystiek, de directe ervaring van het Goddelijke. Op dit niveau is er nog altijd sprake van een dualisme tussen het Zelf, de eigen ziel en de Ander (God of het Goddelijke). De ziel kan communiceren met God, de vereniging met het Goddelijke zoeken en tijdelijk opgaan in het Goddelijke, maar blijft een onderscheidde identiteit.

Het laatste niveau is het niveau van de Nonduale Mystiek. Wilber noemt dit het Causale, de basis of oorzaak of creatieve grond van alle andere dimensies. Op het vorige niveau was nog steeds sprake van een subject dat keek naar een ander, hoger object. Op het Causale niveau wordt het subject-object dualisme uiteindelijk overstegen en wordt de ziel verlost van het gevoel een afgescheiden Zelf te zijn. De ziel wordt verlost van pijn, angst, tijd, lijden en dood. De ware Wijze wil God niet meer zien maar wil verlost worden van het gevoel dat er überhaupt sprake is van iemand die Ziet. Nog steeds volledig de beschikking hebbende over alle voorgaande niveaus van ontwikkeling keert de Wijze terug van zijn ontdekkingsreis naar het Nonduale. Hij of zij keert terug in de gewone wereld van gewone mensen in een gewone alledaagse werkelijkheid, maar volledig bevrijdt van het pijnlijke besef een afgescheiden Zelf te zijn. De ware Wijze is dan ook een gewoon mens met een buitengewoon inzicht in de aard der dingen. Daarin ligt de essentie van de Verlichting: het volledig doordrongen zijn van het Nonduale karakter van de Werkelijkheid, het overstijgen van de dualiteit tussen subject en object, tussen Zelf en Ander. Dat is de verlossing waar Boeddha ons over vertelt en vanuit die wijsheid leven is echt iets heel anders dan het af en toe slikken van een tabletje XTC.

De verschillen tussen psychose en verlichting

Na het bespreken van de fenomenologie van zowel de psychose als de verlichting is het niet zo moeilijk een aantal verschillen tussen beide op te noemen. Misschien wel het belangrijkste verschil tussen deze bewustzijnstoestanden is dat bij de psychose sprake is van desintegratie van psychische structuren terwijl verlichting gekenmerkt wordt door een hoge mate van integratie van diezelfde structuren. Deze integratie maakt dat iemand ten alle tijden kan beschikken over alle bewustzijnsniveau. Er is geen sprake van een chaotisch, incoherent denkpatroon. Met name het logisch denken is volledig intact, evenals de capaciteit om naar anderen te luisteren. Dit ontbreekt bij mensen die lijden aan een psychose. De psychose kan gezien worden als een mentale catastrofe waardoor de omgang met taal en de buitenwereld diepgaand wordt veranderd .De desintegratie staat op de voorgrond. Het leven wordt geregeerd door chaos en angst. Dit gaat vaak gepaard met vertwijfeling. Het vermogen tot logisch redeneren is beperkt. De werkelijkheid en de gedachtewereld worden doorgaans volledig beheerst door de waangedachten en de hallucinaties. Vaak is het sociaal functioneren ernstig beperkt, hebben de prestaties op het werk onder de psychose te lijden en vallen sociale contacten weg.

Een ander aspect dat kenmerkend is voor het verschil tussen psychose en verlichting is de mate van mededogen en egocentriciteit van beide. De psychose wordt gekenmerkt door een sterke gerichtheid op het eigen functioneren en de eigen omgeving. Het gaat in de psychose om een volstrekt individuele beleving. Er is sprake van een zeer egocentrische belevingswereld die vrijwel ondoordringbaar is voor anderen. Het contact met het eigen denken, voelen en willen en daarmee het contact met andere mensen raakt ernstig verstoord. Vaak vallen mensen terug op vroege narcistische afweermechanisme om zichzelf te beschermen tegen de invloed van de buitenwereld. Mensen met werkelijke toegang tot de transpersoonlijke domeinen zijn te herkennen aan hun verminderde egocentriciteit en hen toegenomen capaciteit tot het tonen en uiten van mededogen. Hoe minder het narcisme en hoe groter het mededogen, hoe verlichter de persoon. De spirituele ervaring is ingebed in en wordt gedragen door een religieuze spirituele traditie die een collectieve betekenis geeft aan de ervaringen, anders dan bij de individuele chaos van de psychose.

De gevaren van het zoeken naar verlichting

Om het Nonduale te kunnen ervaren zal een ieder van ons de reis door de transpersoonlijke niveaus moeten maken. Hoewel het gevoel van verlichting feitelijk voor het oprapen licht (het is er altijd en overal, zelfs op het moment dat u dit leest kunt u erover beschikken) vraagt het toch training en een zekere mate van begeleiding door een gids die het gebied reeds verkend heeft. Het beginnen aan deze reis zonder de nodige voorbereiding is een hachelijke onderneming. Met name op de Psychische en Subtiele niveaus liggen vele gevaren op de loer die voor een onervaren of onrijp ego risico’s met zich meebrengen. Daarom adviseer ik er niet aan te beginnen als u niet beschikt over een voldoende rijp en volwassen mentaal ego.

Enerzijds kunnen de verlokkingen op deze niveaus voor het ego of persoonlijke zelf zo groot zijn dat men vast blijft houden aan de vermogens en vaardigheden die deze niveaus in zich herbergen waardoor verdere ontwikkeling stagneert. Anderzijds kunnen de ervaringen zo beangstigend en bedreigend zijn dat het niet goed voorbereidde of begeleidde ego alsnog desintegreert. In dat laatste geval ligt ook de psychose op de loer om toe te slaan.

In mijn eigen praktijk ben ik diverse mensen tegen gekomen die overspoeld werden op het moment dat de energie van de transpersoonlijke niveaus vrij kwam. Doordat het ego onvoldoende gerijpt was en er nog te veel onverwerkte en gedissocieerde thema’s waren die de basis van de ego-ontwikkeling hadden verzwakt, konden zij de overweldigende mogelijkheden van het Psychische niveau niet integreren. Chaos werd hun deel en zij moesten hun zoektocht staken. Het beste advies wat ik kon geven was alle activiteiten met betrekking tot de ontwikkeling van het transpersoonlijke (zoals meditatie, yoga e.d.) onmiddellijk te staken en zich eerst maar weer eens richten op het aanbrengen van structuur, rust en regelmaat in hun leven.

Een tweede gevaar dat niet onderschat moet worden is dat vele methoden die worden genoemd als wegen tot verder (transpersoonlijke) ontwikkeling dit feitelijk niet zijn. Met name binnen de New-Age wereld is het soms moeilijk onderscheid te maken tussen stromingen en theorieën die werkelijk spirituele groei en ontwikkeling nastreven en zij die dat in het gunstigste geval niet doen en in het ergste geval ronduit regressieve tendensen vertonen. Dat laatste heeft te maken met het feit dat de prepersoonlijke domeinen (de archaïsche en magische niveaus van het jonge kind) nogal wat overeenkomsten kunnen vertonen met de transpersoonlijke domeinen.

Een ieder zal het hopelijk met mij eens zijn dat de archaïsche, niet gedifferentieerde versmoltenheid van de pasgeboren baby heel iets anders is dan de integratieve wijsheid van het Nonduale ook al ontbreekt bij beide het bewustzijn van een afgescheiden zelf. Toch zijn er voldoende stromingen en bewegingen binnen de New-Age wereld die aansturen op een terugkeer naar de vroegere niveaus met verachting voor alles wat het rationele ego teweeg heeft gebracht. Natuur Mystiek moet natuurlijk ook niet verward worden met de magie van het praten tegen bomen of het lopen over vuur, net zo goed als de mythische wereld van het kind in niets te vergelijken is met het de goddelijke eenheidsbeleving van een mysticus als Johannes van het Kruis op het Subtiele niveau. Zo ook is uiteindelijk de psychose niets meer of minder dan een terugval naar de basale prepersoonlijke niveaus daar waar de verlichting het eindpunt is van de reis naar het Nonduale.

Het New-Age denken brengt helaas vele ideeën voort die niets met transpersoonlijke ontwikkeling te maken hebben maar alles met zelfverheerlijking en egocentrisme. Veel theorieën stellen de macht van het ego vaak op een magische wijze centraal. Het gaat meer over het cultiveren van het narcisme dan over compassie en wijsheid. En het grootste probleem is misschien wel de blinde vlek die in deze wereld bestaat voor dit onderwerp. Dat regressieve tendensen en de versterking van prepersoonlijke niveaus een authentieke transpersoonlijke ontwikkeling in de weg staan moge duidelijk zijn. Dat zij een ongezonde ontwikkeling kunnen versterken in de vorm van een psychotische ontregeling ligt soms voor de hand. Al is voor een ernstige psychose meestal ook een biologische kwetsbaarheid nodig.

Van dissociatie naar integratie

In bovenstaande heb ik getracht enige helderheid aan te brengen in het verschil tussen psychose en verlichting. De moderne psychiatrie denkt zich te kunnen permitteren om elke vorm van transpersoonlijke ontwikkeling te duiden als een terugval naar kinderlijke fantasie. Binnen de alternatieve stromingen verenigt in het New-Age denken zie je de omgekeerde fout. Regressieve ontwikkeling worden geduid als persoonlijke groei. De waarheid ligt zoals gewoonlijk in het midden.

Verwijzend naar de titel van dit symposium ben ik van mening dat je kunt zeggen dat verknipt en verlicht goed van elkaar onderscheiden kunnen worden. Voorwaarde is wel dat je je eigen referentiekader weet te verbreden door de hogere niveaus van bewustzijnsontwikkeling te accepteren als reële mogelijkheid. Echte persoonlijke groei is herkenbaar aan een afname van het narcisme en een toename van mededogen en wijsheid. Met dat criterium in het achterhoofd is het niet moeilijk om te zien dat in de huidige individualistische samenleving maar zeer weinig mensen het niveau van het Nonduale hebben bereikt. Daar staat een grote groep mensen tegenover die om wat voor reden dan ook te kampen hebben met een terugval naar of het niet los kunnen komen uit de prepersoonlijke niveaus waar primitieve emoties, magisch denken, narcisme, egocentrisme en in het ergste geval psychose regeren. Aan de hand van de genoemde kenmerken heb ik hopelijk duidelijk kunnen maken hoe beide groepen van elkaar onderscheiden kunnen worden.

Het is de hoogste tijd dat wij meer aandacht gaan besteden aan een integrale visie op bewustzijn en ontwikkeling. Het ontwikkelingsmodel van Wilber kan daarbij een goede eerste leidraad zijn. Het is gekoppeld aan vrijwel alle denkbare facetten van het menselijk bestaan en houdt ter dege rekening met de verworvenheden binnen de verschillende wetenschappelijke domeinen. Het model biedt ongekende mogelijkheden om de dissociatieve wonden in ons eigen denken te helen. Een integrale visie kan de deur openen naar een authentiek spirituele transformatie. En het uiteindelijke doel van dat alles is de ervaring van het Nonduale, de verlichting, om van daaruit terug te keren in het volle besef een gewoon mens te zijn.

En misschien dat we dan het antwoord weten op de vragen die Huston Smit zich stelt aan het begin van zijn prachtige boek “The World Religions”:

Where are we?
Why are we here?
What does it all mean?
What, if anything, are we supposed to do?

Ik dank u voor uw aandacht….

Door: Victor Frankl

Bron: Home.Zonnet.nl

donderdag 19 april 2012

Antroposofie: één van de vele wegen van persoonlijke ontwikkeling


Antroposofie is een spirituele filosofie en occulte wetenschap gebaseerd op de leer van Rudolf Steiner (1861-1925), die het bestaan postuleert van een geestelijke wereld die toegankelijk zou zijn via innerlijke ontwikkeling. De antroposofie beweert kennis van de wereld te kunnen verkrijgen door een van de zintuigen onafhankelijk denken.

Ze biedt een weg van persoonlijke ontwikkeling, gebaseerd op zelfkennis die wordt verworven via praktische oefeningen. Ze is concreet actief op talloze terreinen van het dagelijks leven die verband houden met de ontwikkeling en waardigheid van de mens: onderwijs (Steiner-Waldorfscholen), bijzonder onderwijs (educatieve zorg voor gehandicapte kinderen en volwassenen), landbouw (biodynamische landbouw), voeding, architectuur, de kunst en  de geneeskunde.

Volgens de antroposofie is de kosmos één geheel waarin alle delen onderling afhankelijk zijn en elkaar beïnvloeden. Ze ziet de mens als samengesteld uit vier bestanddelen of lichamen:  
  1. een fysiek lichaam, dat we normaal waarnemen;
  2. een etherisch lichaam of de vitale functionele organisatie, zetel van het vermogen tot regeneratie, wondgenezing en vegetatieve grondstofwisseling - de organisatie van de fysieke lichaam is daarvan het resultaat;
  3. een astraal lichaam ofwel de organisatie van de gevoeligheid, verantwoordelijk voor de dierlijke organisatie (zenuwstelsel, bewegingsapparaat, ademhaling, hormonen), motor van emoties, instincten, verlangens;
  4. en een egotisch lichaam ofwel de organisatie van het ik, het zelf, waarop het individuele geweten en het vermogen tot denken, spreken en culturele activiteit berusten.
De werking van het fysieke lichaam steunt op de variabele interactie tussen de hierboven genoemde elementen volgens drie onderling afhankelijke, fysiologische functionele systemen:  
  1. een zenuw-zintuigsysteem dat de bewuste activiteiten regelt alsook hun gevolgen voor het organisme als geheel;
  2. een stofwisselingssysteem dat verantwoordelijk is voor de uitwisseling van energie en stoffen;
  3. en een ritmisch systeem waaronder alle ritmen van het organisme vallen, in het bijzonder de ademhaling en bloedsomloop.
Behalve geneesmiddelen biedt ze ook een op de persoon afgestemd dieet (antroposofische voeding) en aanvullende therapieën: therapie door beweging, zoals euritmie en Bothmergymnastiek, specifieke (ritmische) massage, kunsttherapie, muziektherapie, enzovoort.

Rudolf Joseph Lorenz Steiner (1861 – 1925) was een Oostenrijkse filosoof, schrijver, architect en pedagoog. Hij is bekend geworden als grondlegger van de antroposofie en haar praktische toepassingen, zoals het vrijeschoolonderwijs, de antroposofische geneeskunst, de heilpedagogie en de biologisch-dynamische landbouw.

In zijn vroege filosofische werken behandelt Rudolf Steiner de problematiek van het menselijke kenvermogen en de menselijke vrije wil. Hij weerlegt enkele zogenaamde vooroordelen van Immanuel Kant en laat zien hoe de ideeën van Goethe, Fichte en Hegel verder ontwikkeld kunnen worden. Hoogtepunt van deze periode is zijn boek 'Filosofie van de vrijheid'.

Vanaf de eeuwwisseling  we spreken van 1900 - trad Rudolf Steiner naar buiten met voordrachten en werken over esoterische onderwerpen waarvoor aanvankelijk alleen binnen kringen van de Theosofische Vereniging belangstelling bestond. In deze periode schreef hij zijn basiswerken 'Theosofie', 'De wetenschap van de geheimen van de ziel' en 'De weg tot inzicht in hogere werelden'.

In 1912 verliet Steiner de Theosofische Vereniging, opgericht door Helena Blavatsky, in verband met een fundamentele onenigheid met het bestuur met betrekking tot hun bedoeling om de toen nog jonge Jiddu Krishnamurti aan de wereld voor te stellen als de Messias, de teruggekeerde en gereïncarneerde Christus - voor Steiner een absurditeit. Tijdens dit conflict uitte zich een diepgaand verschil van inzicht rond de taak en de 'levensweg' van de mens op aarde.

Een aantal leden van de Theosofische Vereniging volgde hem en zij vormden een nieuwe beweging, steunend op zijn leer die hij antroposofie noemt. Niet de Theos (Het Goddelijke) is maatgevend voor wijsheid (Sofia), maar de Antropos: de zich geestelijk ontwikkelende mens.

Inhoudelijk belangrijke thema's van de antroposofie zijn: de geestelijke wereld van de hiërarchieën, de Christus-mysteriën, Christian Rosencreutz, de moderne scholingsweg, karma en reïncarnatie.

Maar, het Duitse 'Bundesministerium' heeft op 6 september 2007 besloten twee daarvoor aangemelde boeken van Steiner niet op te nemen in de 'Index jugendgefährdeten Schriften'. Hoewel de commissie elementen aantrof die naar haar oordeel 'in onze huidige tijd als racistisch te beoordelen zijn', was het voldoende dat de betreffende uitgever heeft toegezegd deze boeken van Steiner van commentaar te voorzien, en exemplaren die momenteel in de winkels liggen, van een inlegblad te voorzien.

Auteur: Angelus

Bron: Spiritualia.be