Posts tonen met het label Egoïsme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Egoïsme. Alle posts tonen

donderdag 22 november 2012

Ego: het strategische zelf

Dit artikel is geschreven door Pieter Stuurman en overgenomen van zijn blog: pieterstuurman.blogspot.nl

Je hebt mensen die, ondanks hun successen of tegenslagen, altijd zichzelf blijven. Je hebt ook mensen die zichzelf niet zijn. Je hebt mensen die zichzelf voor de gek houden. Je hebt mensen die zichzelf kwijtgeraakt zijn, en mensen die zichzelf gevonden hebben. Of hervonden hebben. Maar wie vindt dan wat?

Als je jezelf niet bent, wat ben je dan? Als je zelf de keuze maakt om anders te zijn dan je bent, dan maak je toch zelf die keuze. Dan is de manier waarop je jezelf presenteert toch een gevolg van de keuze die je zelf maakt, en dus ben je dan toch weer jezelf. Of niet?

Toch hebben mensen een feilloos gevoel voor authenticiteit als het gaat om het zelf. Vooral bij anderen. Dat impliceert dat er een zelf bestaat dat authentiek is, en waarvan naar keuze kan worden afgeweken, maar dat zo’n keuze een minder authentiek zelf oplevert. Ook al is die keuze zelf gemaakt. Het gaat ervan uit dat er in de kern van iedereen een onveranderbare essentie ligt. Een zelf zoals het is, en blijft. Ook al kies je uit vrije wil voor iets anders.

Als het essentiële zelf onveranderbaar is, dan kan de vrije wil er ook geen invloed op hebben. Dan moet die vrije wil dus invloed hebben op iets anders dan het essentiële zelf. Dan moet er dus ook een veranderbaar, of programmeerbaar deel van het zelf bestaan. Een deel dat keuzes kan maken, dat strategieën kan ontwikkelen en volgen. Het programmeerbare zelf.

Als het essentiële zelf onveranderbaar is, dan kan het zich niet aanpassen. Het is dan immers zoals het is. En zonder aanpassingsvermogen wordt het leven onhanteerbaar. Situaties doen zich in alle mogelijke vormen voor, kunnen bedreigend zijn, en moeten worden gehanteerd. Daarom is het noodzakelijk dat we ons kunnen beschermen tegen alle dingen die we meemaken en op ons afkomen. En dat wapenen doen we door strategieën te ontwikkelen. Iedereen doet dat op zijn manier; de manier die het beste bij hem of haar lijkt te passen. Het wapenen gebeurt uit noodzaak, het bepalen van de strategische richting uit vrije wil.

Die vrije wil heeft daarmee alleen invloed op het programmeerbare zelf. Strategieën worden gevormd door een combinatie van vrije wil en omstandigheden. De omstandigheden geven aan voor welke gevaren het zelf beschermd moet worden en op basis daarvan wordt een zo goed mogelijk passende strategie ontwikkeld. Het is daarvoor dus noodzakelijk dat we ons van de gevaren bewust zijn. Het bewust zijn van gevaren noemen we angst.

Strategieën worden dus gevormd op basis van angst, in combinatie met een mix van vrije wil en van talenten (je kiest voor je sterkste kanten als je jezelf wil wapenen tegen gevaren).

Het programmeerbare, strategische zelf is een noodzakelijk hulpmiddel om te overleven in een materiële wereld. Het essentiële zelf is immers onveranderbaar, en kan dus ook geen keuzes maken om zich te verdedigen.

Strategieën werken alleen als je jezelf eraan houdt. Werkende strategieën die hun nut bewezen lijken te hebben, zijn daarom zeer hardnekkig. Ze vormen een beveiligingsschild rondom het zelf en beschermen dat zelf tegen alles waarvoor het bang is. Het loslaten van zo’n schild zal dus direct meer angst opleveren en zal daarom vermeden worden.

Dat geeft het strategische zelf (ook wel ego genoemd) macht over het essentiële zelf. Hoe succesvoller de gekozen strategieën lijken te zijn, hoe meer ruimte het strategische zelf krijgt om nieuwe strategieën te ontwikkelen of bestaande strategieën te versterken. En die strategieën leveren controle op. Het geeft een persoon controle over zijn leven. En daarmee over zijn essentiële zelf.

Maar omdat het essentiële zelf onveranderbaar is, kan het ego dat essentiële zelf alleen controleren door het te onderdrukken of te verduisteren.

Mensen die zichzelf niet zijn, doen dat vanuit angst. Wat we dan te zien krijgen is het strategische zelf, in plaats van het essentiële zelf. Andere mensen voelen dat vaak goed aan, en zeggen: hij is zichzelf niet. Voor de persoon in kwestie is het meestal niet zo duidelijk. Hoe succesvoller een strategie lijkt te zijn, hoe sterker mensen zich ermee gaan vereenzelvigen. En dan kan het gebeuren dat die mensen gaan denken dat ze hun strategische zelf (hun ego) zijn.

In dat geval is het essentiële zelf volledig verduisterd, en heeft het strategische zelf de macht volledig overgenomen.

Omdat het programeerbare, strategische zelf niet alleen uit vrije autonome keuzes bestaat, maar ook gevoed wordt door (angst voor) omstandigheden, is het ook van buitenaf programmeerbaar. Als een ander het voor elkaar krijgt om angst te genereren, dan zal het strategische zelf daarop reageren. Het is om die reden dat angst voortdurend gebruikt wordt om anderen te beïnvloeden. Het is de enige manier om anderen te programmeren.

Alle pogingen om anderen te programmeren zijn gericht op het strategische zelf, en bestaan uit het enige voedsel voor dat ego: angst. Zonder angst is er geen enkele aanleiding voor het vormen of aanpassen van strategieën. Mensen die anderen proberen te beïnvloeden, doen dat altijd door die anderen te voeden met angst. Er is simpelweg geen andere manier.

Opvoeden is een vorm van programmeren. Vandaar dat opvoeden hoofdzakelijk bestaat uit het gecontroleerd voeden van angst. Het is gebaseerd op de gedachte: input is output. Stop je de juiste angsten in een kind, dan kun je een bepaalde reactie verwachten. Alle boodschappen zijn gericht op het strategische zelf: je moet goede cijfers halen want anders krijg je geen diploma, je moet een diploma halen want anders kun je niet studeren, je moet studeren want anders krijg je geen goede baan, je moet en goede baan hebben want anders krijg je maar weinig geld of aanzien etc.

Ook alle reclame- en propagandaboodschappen waarmee we voortdurend geconfronteerd worden, zijn gericht op het ego. Het programmeerbare, strategische zelf/ego wordt vanaf onze eerste dag gevoed, en zelfs vetgemest. En hoe vetter dat strategische zelf wordt, hoe meer het essentiële zelf weggedrukt of verduisterd wordt (en hoe gemakkelijker een persoon programmeerbaar wordt). Het strategische zelf, dat in eerste instantie bedoeld was ter bescherming van het essentiële zelf, heeft dat essentiële zelf buitenspel gezet. Het is van een handig hulpmiddel, een dienaar, verworden tot een dictator. Maar het essentiële zelf is er nog wel. Het is onveranderbaar en dus ook onuitwisbaar.

En bij veel mensen komt er dan ook een moment waarop er een conflict ontstaat tussen die twee ‘zelven’. En zo’n conflict noemen we een psychisch probleem. Het is het probleem dat zich voordoet bij degene wiens strategie het is om altijd grappig en vrolijk te zijn maar zich steeds depressiever voelt, het is het probleem van degene die zich altijd sterk en stoer voordoet maar steeds onzekerder wordt, het is het probleem van degene die zich altijd begripvol en verzorgend opstelt maar steeds meer last krijgt van sadistische of gewelddadige gedachten. Enzovoort. Ieder psychisch probleem is het gevolg van een conflict tussen het strategische zelf en het essentiële zelf. En de oorzaak ligt altijd in het strategische zelf dat een richting gekozen heeft die onverenigbaar is met het essentiële zelf. Het essentiële zelf is immers onveranderbaar en dus kan het ook niet goed of slecht zijn. Het is zoals het is.

Omdat het essentiële zelf geen strategieën kent, wordt het oplossen van problemen altijd overgelaten aan het strategische zelf. Maar het strategische zelf is nou juist de veroorzaker van het probleem. Daarom kunnen mensen soms te maken krijgen met zeer hardnekkige psychische problemen. Je kunt het oplossen van een probleem niet overlaten aan de veroorzaker ervan. En verder heb je geen middelen om het aan te pakken.

Dan heb je dus een ander nodig. Een therapeut of zo, of een goede vriend om met te praten. Maar ook therapeuten en goede vrienden zijn gewend om problemen aan te pakken door er controle over te krijgen. Terwijl een overmaat aan controle nou juist de veroorzaker was van het probleem: overmatige controle van het strategische zelf/ego over het essentiële zelf, waardoor het essentiële zelf geen adem meer krijgt.

De enige echte oplossing is dan: het verminderen van de macht van het strategische zelf/ego, waardoor het essentiële zelf weer ruimte krijgt. Maar dat is eng. En het ego zal dus onmiddellijk proberen in te grijpen. De enige echte oplossing is dan het ego minder macht te geven door het los(ser) te laten.

In onze cultuur en in deze tijd heeft het strategische zelf/ego een buitenproportioneel grote rol toebedeeld gekregen. En omdat het ego van buitenaf beïnvloedbaar/programmeerbaar is, worden we voortdurend bestookt met allerlei angsten die tot doel hebben ons een bepaalde richting in te sturen.

Daarmee speelt het ego niet alleen een buitenproportioneel grote rol op individueel niveau, maar ook op collectief niveau. Het collectief (de mensheid) is niets meer dan een verzameling individuen, en is daarmee een afspiegeling van die individuen. Je ziet dan ook dat de samenleving op een vergelijkbare manier ingericht is en bestuurd wordt als het gemiddelde individu.

Ook collectieve angsten worden gepareerd met strategieën. Strategieën die controle moeten opleveren over alle bedreigingen. En je ziet dan ook dat er een collectief ego bestaat dat op vergelijkbare wijze als bij het individuele ego, steeds meer macht naar zich toetrekt. Dat collectieve ego kennen we als regeringen en bestuur.

Net als het individuele ego, is het collectieve ego (bestuur, regering) aangesteld om ons te beschermen tegen bedreigingen. Als een dienaar om ons te verdedigen. Maar net zoals bij het individuele ego, heeft het collectieve ego zich omgevormd van dienaar tot dictator. En ook hier ontstaat een probleem. Door de toenemende macht van dat collectieve ego, kunnen we steeds minder zijn wat we in essentie zijn. We worden voortdurend tot van alles gedwongen, of verhinderd om onszelf te zijn. We zijn onvrij.

En net zoals bij individueel ego, is het enige wapen waarover het collectieve ego beschikt ter bestrijding van een probleem: meer controle. En zo wordt het probleem van onvrijheid, dat veroorzaakt is door het collectieve ego (regering) door datzelfde ego alleen maar versterkt in plaats van opgelost: we worden steeds meer onvrij.

En daarmee hebben we niet meer de vrijheid om te zijn wat we in essentie zijn. En die essentie is onveranderbaar, dus daarin hebben we geen keuze. En daarmee is vrijheid dus iets dat pas bestaat als je niet gedwongen wordt om te kiezen.

De enige mogelijkheid om het essentiële zelf weer de ruimte te geven, is het loslaten van het ego, zowel op individueel als op collectief niveau. We hoeven het ego (zowel het individuele als het collectieve) niet weg te gooien of buitenspel te zetten, sterker nog: we hebben het nodig om te overleven. We kunnen het ook niet bestrijden; het ego is immers een meester in strategie en daarvan verliezen we het altijd. We kunnen het alleen minder serieus nemen. Er minder waarde aan hechten. Losser laten. Het weer de rol geven van dienaar, in plaats van dictator.

Keuzes komen voort uit strategieën, en de vrije wil bepaalt welke strategische keuzes er gemaakt worden. Ook op collectief niveau werkt het zo: (vrije) verkiezingen bepalen welke strategieën collectief gevolgd worden. Maar door te kiezen (voor welke strategie dan ook) geven we macht aan het collectieve ego (regering). De vrije wil is daarmee een gereedschap van het ego, en het ego beperkt de vrijheid om ons essentiële zelf te zijn.

Echte vrijheid staat daarmee haaks op vrije wil. Echte vrijheid laat ons zijn wat we zijn, en daarover hebben we niks te kiezen. Dat zijn we gewoon.

Bron: Visionair.nl

woensdag 12 september 2012

De knopen van het hart losmaken

Afbeelding

Waarom maken we nieuwe innerlijke knopen of trekken we oude knopen strakker aan? In ieder mens is een hogere en een lagere natuur. De hogere leidt tot innerlijke kracht, visie, vrede, en liefde, de lagere tot zwakheid, bekrompenheid, onevenwichtigheid, en egoïsme. We maken knopen in ons hart door onze hogere natuur buiten te sluiten en de verlangens van de lagere natuur te volgen. Soms doen we dit omdat we ons niet bewust zijn van ons hogere zelf of omdat we meer vertrouwen stellen in ons lagere zelf. Wat de reden ook is, onze hogere natuur roept ons voortdurend, en we kunnen haar rustige stem horen wanneer we de luidruchtige verlangens van ons persoonlijke zelf vervangen door het verlangen om anderen van dienst te zijn. Op deze manier verruimt ons bewustzijn zich van een beperkte naar een meer universele visie.

De Ouden spraken over de vervolmaking van de mens en symboliseerden de samengesteldheid van onze natuur op veel manieren. De Grieken vergeleken de mens met Apollo die zijn zevensnarige lier bespeelde, waarbij Apollo zelf het hoogste beginsel vertegenwoordigde. De hindoes vergeleken de mens met een wagenmenner, waarbij de paarden zijn lagere verlangens symboliseren, de teugels het denken, de bestuurder het hogere zelf, en de wagen het lichaam. In volksvertellingen wordt het hogere zelf vaak weergegeven door een prinses die uit handen van zelfzuchtige machten moet worden gered door een prins, de geestelijke krijger in ons. In Chinese tradities worden de twee innerlijke krachten gesymboliseerd door twee draken die een vuurbal in het midden boven hen proberen te grijpen. Wij zijn deze vuurbal! Wij kunnen kiezen om onze aandacht op de ene of op de andere draak te richten.

De keuze ligt bij ons of we sterk en liefdevol of zwakker en egoïstischer willen worden. Wij moeten beslissen, en vervolgens geven we door onze verbeeldingskracht vorm aan onszelf, waarbij we ons ontwikkelen overeenkomstig onze edele inzichten of een verlagende gedragslijn volgen. De mogelijkheden van de verbeelding als een wezenlijke kracht in ons leven worden enorm onderschat, hoewel we haar voortdurend gebruiken. Ze geeft vorm aan de idealen en beginselen die aan het leven van de mens ten grondslag liggen. Misschien zijn de beste idealen om na te streven die idealen die steeds worden bijgeschaafd door onze eigen aspiraties en bespiegelingen. Hoewel religies en filosofieën ons universele beginselen en voorbeelden geven, weten we in dit stadium nog niet hoe een boeddha of een christus denkt en handelt. Het lijkt daarom onverstandig onze aandacht te veel te fixeren op wat een volmaakt leven in de praktijk betekent, maar we moeten wel het verlangen behouden om er meer over te weten te komen. Als we in overeenstemming leven met wat we op dit moment als het meest edele in ons beschouwen, werkt dit als een spiegel die laat zien hoe verheven de weg die we volgen in feite is. Als we deze bespiegelingen met een oprecht en open hart benutten, zal ons begrip van het leven zich verdiepen terwijl we vooruitgaan.

In ons hart woont een godheid, de bron van aspiratie, die ons aanmoedigt om in overeenstemming daarmee te leven. Natuurlijk schieten we vaak tekort om aan onze goddelijke roeping gehoor te geven, maar dit heeft geen betekenis zolang we het maar blijven proberen. Het hart van alles, en dus ook van ons, is oneindig mededogen, en daarom zullen we, zolang we onze pogingen om in overeenstemming daarmee te leven volhouden, altijd een nieuwe kans krijgen om onze goddelijke mogelijkheden te verwezenlijken. Hoewel de gevolgen van vroegere onverstandige handelingen naar ons zullen worden teruggekaatst, zullen zulke beproevingen, wanneer ze op de juiste manier worden benut, de treden vormen van het pad dat naar binnen leidt. Er is niemand die in het verleden, in dit of in andere levens, niet onverstandig heeft gehandeld, en dus heeft iedereen karma onder ogen te zien. Als we ervoor kiezen overeenkomstig het hoogste in onszelf te leven, zullen we door de kracht van aspiratie een beroep doen op oud karma om zich uit te putten, en dit biedt ons ook de kans om ons voornemen kracht bij te zetten. Omdat oud karma ook de gevolgen omvat van goede handelingen die we hebben verricht, roept onze aspiratie zowel het beste als het slechtste in ons op. Er is moed en overtuiging voor nodig om zo’n confrontatie te doorstaan, maar we zijn hier op aarde om onze zwakheden te boven te komen, niet alleen met zelfontwikkeling als doel maar ook om ons deel bij te dragen aan het vooruithelpen van de mensheid, want we zijn EEN daarmee.

De knopen die we in ons hart hebben gemaakt bestaan uit verschillende soorten angst, egoïsme, en haat die ontstaan uit een onvolkomen visie op het leven. Een juist begrip van het leven zou ertoe leiden dat we voor moed, liefde en vrede zouden kiezen, maar we zien niet altijd duidelijk welke gevolgen voortkomen uit welke oorzaken. Onze lagere natuur misleidt ons wanneer ze ons doet denken dat we onszelf, onze belangen, of zelfs andere mensen het beste van dienst zijn met egoïstische, of door angst en haat ingegeven handelingen. Niets ligt verder van de waarheid af. Als we ons realiseren dat op het gebied van handeling, gedachten, en gevoelens, de oorzaken die we in beweging zetten vroeg of laat hun gevolgen zullen voortbrengen, dan zullen we inzien dat we onedele impulsen moeten afwijzen. Omdat we ons niet altijd bewust zijn van de motieven voor onze handelingen, is een voortdurende oprechte zelfanalyse een van de beste methoden om zelfbeheersing te verkrijgen. Als we ons aanleren om onze handelingen te baseren op altruïstische liefde, moed, en vrede, kunnen we erop vertrouwen dat het karma goede vruchten zal dragen.

Het doel van religieuze en filosofische scholen was en is, de mens bewust te maken van zijn hogere natuur en van zijn verantwoordelijkheid tegenover alle wezens, en hem de kennis te onderwijzen die hem helpt om zichzelf en de wereld om hem heen te begrijpen. In de praktijk wordt van de leerling verwacht dat hij deze kennis op het leven toepast en zodoende leert meester over zichzelf te worden. Ons wezen is als de lier van Apollo en we kunnen leren hoe we deze kunnen afstemmen op het collectieve welzijn van allen. Om dit te doen moeten we ons bewust worden van de krachten die in ons actief zijn, en de egoïstische motieven scheiden van de onzelfzuchtige. Dit zal ons in toenemende mate het vermogen geven om waar te nemen welke koers we moeten volgen, en we zullen steeds minder door onze lagere impulsen worden afgeleid. Wanneer we het werkelijke van het onwerkelijke onderscheiden, zullen we steeds duidelijker zien wat onze taak is en de grootsheid en betekenis daarvan: het hart vrij te maken van onzuivere verlangens zodat we onze eenheid met alles zullen voelen. Ieder mens moet uiteindelijk met dit proces beginnen, en ‘hoe eerder men begint, hoe gemakkelijker dit kan worden gedaan’.

Als we ons afvragen hoe we met specifieke situaties en mensen moeten omgaan, leidt dit tot een voortdurende meditatie waarbij we de situatie of de ander in het licht van ons hogere zelf proberen te zien. Op deze manier kunnen we ons ervan bewust worden dat alle mensen familie van ons zijn, of zelfs een stap verder gaan en ons voorstellen dat we uiteindelijk Een zijn. Omdat dit in feite het geval is, doet deze visie die door ons wezen heen stroomt een beroep op onze goddelijke diepten, en zijn we in staat om juist te handelen – of niet te handelen. Alle mensen ontlenen hun gedachten en geestelijke kracht aan dezelfde bron, zodat onze verheven gedachten, gevoelens en handelingen anderen meer kracht en meer edele ideeën en gevoelens geven. We kunnen ons dagelijks leven baseren op harmonische gedachten, gevoelens en daden – niet noodzakelijkerwijs omdat daardoor ons eigen leven wordt verbeterd, dat betrekkelijk onbelangrijk is vergeleken met de hele mensheid, maar omdat het leidt tot een betere wereld voor iedereen.

Als we voor de mensheid leven zijn we in overeenstemming met het zuivere licht van het hoogste zelf dat de bron van ieder wezen is:

Zoals van een vlammend vuur de vonken die eraan verwant zijn er met duizenden uitschieten, zo ontspringen aan het Onveranderlijke vele soorten wezens en gaan uiteindelijk weer daarin op.
– Mundaka Upanishad, II.i.1

We zijn allemaal een vonk van dit vlammende vuur, en het is onze heilige plicht om deze goddelijke vonk in ons te doen opvlammen. Dit zal ons in staat stellen om meer licht en warmte aan anderen te geven, die op hun beurt helderder zullen branden. We kunnen beginnen met het geven van onszelf op een bescheiden en eenvoudige manier. Elke keer dat we ervoor kiezen om anderen een beetje bemoediging te geven, zonder aan onze eigen belangen te denken, doen we een stap in die richting. Telkens wanneer we weigeren om door zelfzuchtige gevoelens, gedachten, of beelden te worden meegesleurd en we ze vervangen door verheffende en prachtige gedachten, groeien we niet alleen zelf maar helpen we ook de mensheid te groeien. Iedere keer dat we onze eenheid met alle wezens voelen, komen we dichter bij het verwezenlijken van ons innerlijke zelf:

De wijzen nemen door de kennis (van brahman) duidelijk het gelukzalige onsterfelijke waar dat [licht] uitstraalt.

Wanneer dat Zelf, dat zowel het hoge als het lage is, wordt bereikt, wordt de knoop van het hart doorgesneden, alle twijfel lost op, en aan alle handelingen1 komt een einde.
– Mundaka Upanishad II.ii.7-8

Door het zelf zowel het hoge als het lage te noemen, wordt een absolute scheiding tussen goed en kwaad ontkend. Dit zijn relatieve termen voor hogere en lagere graden van evolutie. Het doet er niet toe op welk niveau we ons bevinden, het zelf is in alles. Ongetwijfeld, is het bewust worden van het zelf een taak die vele levens van transformatie kan duren, maar dit betekent niet dat we dit proces moeten uitstellen. Deze reis naar het zelf is het eeuwige doel van het leven omdat er voorbij het hoogste zelf altijd een nieuwe horizon is met een visie op een nog ‘hoger’ zelf. Wanneer we ons tot goden hebben ontwikkeld, zullen we geen absoluut einde hebben bereikt, maar na een tijdelijke rustperiode zullen we doorgaan onszelf verder te ontwikkelen.

Oude legenden over de ‘gouden eeuw’ vertellen dat er eens een tijd was dat mensen meer in harmonie met elkaar leefden. De toekomst houdt de belofte van een andere gouden eeuw in – niet dezelfde als in het verleden maar één op een hoger niveau, want evolutie verloopt spiraalsgewijs. Volgens de hindoeleringen over cyclussen zal dit tijdperk pas over 427.000 jaar aanbreken. Satyayuga, zoals zij dit ‘tijdperk van waarheid’ noemen, lijkt misschien nog ver weg, maar zulke tijdsperioden betekenen heel weinig voor het eeuwig ontwikkelende zelf in ons. We kunnen nu beginnen om de dageraad ervan in te luiden. Ons huidige tijdperk – kaliyuga, het meest materiële tijdperk van de vier brahmaanse tijdperken – biedt grote mogelijkheden voor groei en zal uiteindelijk een satyayuga voortbrengen.

Niemand kan zeggen dat hij of zij de kracht, wijsheid of goedheid niet heeft om mee te helpen, omdat deze kwaliteiten in ieder menselijk hart aanwezig zijn. Ieder van ons kan zijn deel bijdragen om universele broederschap – dat innerlijk gezien al een feit is en ook de basis vormt van de uiterlijke natuur – te verwezenlijken door de knopen van ons hart los te maken en in die mate licht en vrede over de aarde uit te stralen. En waarom zullen we daar stoppen? Deze vonken van licht zullen de diepten van een heelal verlichten dat vol wezens is die zich allemaal tot iets groters ontwikkelen.

Bron: Theosofie.net via Wereldgeheimen.nl

dinsdag 3 juli 2012

Egoïsme versus Altruïsme

Een pleidooi voor het zuivere egoïsme zal men zelden nog tegenkomen. Maar nog wel heel veel hoort men de leerstellingen van de rechtse ideologie dat daden verricht vanuit individualisme en egoïsme mensen via allerlei tussenprocessen uiteindelijk ten goede komen aan allen - een bekend voorbeeld is de stelling dat de rijken rijker maken ook goed is voor de armen (Brits premier Margaret Thatcher).

De rechtvaardiging van deze stelling baseert men meestal op analogieën met de gang van zaken in de natuur. Die lijn van redeneren is terug te voeren tot de Nederlandse filosoof Bernard Mandeville, en kent opvolgers in beroemde namen als Adam Smith en Milton Friedman - via welke laatste we weer aanbeland zijn bij mevrouw Thatcher.

Deze analogie met de natuur is onjuist. Wie ook maar een beetje in de natuur kijkt, ziet dat er twee hoofdstrategieën voor een soort zijn: alleen opereren, of in groepen. En dan is ook meteen duidelijk dat de groepsstrategie het meest succesvol is - het enige succesvolle voorbeeld van een solitaire strategie is het roofdier.

Binnen de groepsdieren is is een evolutie aan te wijzen: hoe ontwikkelder de soort, hoe meer men met elkaar rekening houdt. Of om precies te zijn: andersom. Ook binnen de ontwikkeling van de mensensoort is dat duidelijk waarneembaar . Maar deze trend stamt dus af van zijn evolutionaire voorvaderen, zoals aangetoond wordt door steeds meer onderzoek: ook apen blijken gedrag te vertonen waarbij men rekening houdt met elkaar, en dat gedrag blijkt gebaseerd op ingebakken structuren .

Is het nu mogelijk om deze werking van altruïsme ook te verkrijgen door uit te gaan van egoïsme, in samenspel met andere elementen, zoals Mandeville, Smith en Thatcher beweren?

Om deze vraag te beantwoorden gaan we uit van een premisse, die hoewel voor de hand liggend, niet makkelijk te bewijzen is. Die premisse is dat naarmate je meer samenwerkt, of met grotere groepen, je als geheel, als groep, betere resultaten bereikt. Zoals gezegd: voor de hand liggend. En dat geheel van samenwerking is opgebouwd uit alle stukjes samenwerking tussen de leden van de groep.

Nu definiëren we een egoïstische daad als een daad die nadelige gevolgen heeft voor anderen. en een altruïstische daad is een daad die ook ten goede komt aan anderen. Ook voor de hand liggend. Dan is een altruïstische daad hetzelfde als een samenwerkende daad, en een egoïstische daad een tegenwerkende daad.

Stel je nu een willekeurig proces voor, dat uit een combinatie van egoïstische en altruïstische daden bestaat. Dan dragen de altruïstische processen bij aan de samenwerking , dus aan het geheel, en de egoïstische die breken dat af. De som daarvan kan nooit groter zijn dan van een proces waarvan alle delen bestaan uit altruïstische componenten - wiskundige zouden zoiets gieten in een soort continuïteitsvergelijking: wat er aan totaal in gaat, moet gelijk zijn aan wat er in totaal uitkomt.

Tenzij! Tenzij er in de tussentijd iets gebeurt dat het geheel van wat er in komt op zelfstandige wijze vergroot: zoals in: je stopt een mannetjes haas en een vrouwtjes haas in een hok, en na een half jaar haal je meer hazen eruit dan je erin stopt. Ha, zegt de egoïst: zie je wel: zonder dat ze het wilden hebben mannetjeshaas en vrouwtjeshaas gezorgd voor meer: meer hazen.

Dat is dus onjuist: het is de natuur die in eerdere fasen van de ontwikkeling naar deze situatie die ervoor gezorgd heeft dat mannetjeshaas en vrouwtjeshaas samenwerken om meer hazen te krijgen. Hier is sprake van ingebouwde samenwerking, van ingebouwd altruïsme. .

Een economisch voorbeeld. Stel iemand heeft een fabriek. dat kan hij net zo veel voor zichzelf houden als hij wil. Als hij dat doet, is er op een geven moment niet genoeg over de de rest, en gaat de fabriek failliet. Het net zo veel voor je zelf houden als je wil is egoïstisch, het ook rekening houden met de anderen is altruïstisch. Een van de oorzaken van de snelle vooruitgang van de westerse maatschappij is dat meestal het tweede gebeurt

Ander economisch voorbeeld: het gaat slecht met een fabriek, en je moet kiezen wie te ontslaan: een groot deel van het kleinere maar duurdere personeel in de leiding, of een groot deel van de producerenden. De altruïstische keuze is de tweede, want met een klein deel van de leiding en een groot deel van de producerenden kan de fabriek als geheel wel blijven produceren en bestaan, terwijl met een groot deel van de leiding en een klein deel van de produceren, de fabriek failliet gaat. In dit geval is de altruïstische keuze zo moeilijk voor de betrokkenen, dat vele grote bedrijven (bijvoorbeeld Fokker) en hele bedrijfstakken (textiel) er failliet gegaan aan zijn gegaan.

Ook in de economie blijkt dat zodra je goed kijkt, het alleen de samenwerking is die voor de resultaten en de vooruitgang zorgt. Zodra egoïsme op wat voor merkbare schaal zijn intrede doet, zie je meteen de negatieve effecten. De rechtse stelling over de waarde van het egoïsme is dus, en hoogst waarschijnlijk alleen gebaseerd om dat reeds bestaande egoïsme in hun eigen denken te rechtvaardigen: men zou graag meer willen nemen dan rechtvaardig is, maar durft het niet - en dus heeft men er een theorie bij verzonnen om zichzelf te overtuigen.

Het zou best zo kunnen zijn dat de huidige trend van egoïsme onder onze leiders, nu bekend als het graaine, voortzet. dat kan een tijdje goed gaan, en ze kunnen dus denken dat ze met hun miljoenen en miljarden wegkomen - zeg bijvoorbeeld uiteindelijk naar Dubai of het Caribisch gebied. Maar zodra daardoor de samenwerking stopt die de welvaart overeind houdt, zal al behalve in de westerse wereld zelf, ook al heel snel de toevoer naar dat soort gebieden stoppen. En aangezien die gebieden niets zelf van enige importantie kunnen produceren, gaan die leiders nog eerder ten onder dan de rest van de maatschappij. En latere geschiedschrijvers zullen studies doen naar de gelijkenis tussen de ondergang van, zeg, van Rome, en die de huidige westerse maatschappij.