Wie zelf vrij is van oordelen, ook naar zichzelf toe, kan ook niet meer geraakt worden door negativiteit van anderen. Ook niet door zijn eigen gedachten omdat de gedachten niet van hem zijn en buiten het bewustzijn staan. Als wij zonder oordeel kijken naar onze denkwereld zien wij geen goed en kwaad, maar alleen oorzaal en gevolg.
Er bestaat een wezenlijk groot verschil tussen spiritueel groeien en denken spiritueel te groeien. Het ene is realiteit, terwijl het andere de illusie in stand houdt. Om hier een beeld van te geven zodat je jezelf en je eigen groei onder de loep kan nemen zal ik hier een aantal bevindingen van mij opsommen.
Symptomen van “Denken spiritueel te groeien”:
1. Het niet uiten van je gevoel. Je emoties zien als een teken van zwakte.
2. Niet luisteren naar wat er gezegd wordt( het niet tot zich laten door dringen wat er gevraagd wordt) en alvast in gedachten een antwoord beginnen te formuleren om uiteindelijk het laatste woord te willen hebben of een discussie ‘te winnen’.
3. Je verwachtingen bestempelen als plichten van anderen.
4. Schuift verantwoordelijk af ( het is niet van mij)
5. Niet bewust zijn van je gewonde ego die anderen als boosdoeners aanwijzen en zodoende meer macht toestaan aan je slachtoffer persoonlijkheid.
6. Het verschil tussen emotioneel balans en ‘vriendelijkheid ‘ niet zien.
a. Jezelf pijnigen door in je slachtofferrol te blijven onder het mom van ‘spiritualiteit is verdraagzaamheid’.
b. Deze verdraagzaamheid zorgt er ook voor dat je een deel van jezelf ontkent en terugduwt. Het risico dat hierbij wordt opgelopen is nog meer vervreemding van jezelf.
7. Verschil tussen afstand nemen van anderen en het bestaan van anderen ontkennen of ze weg wensen, niet helder kunnen zien.
Bijv. Anderen die jouw overtuigingen niet delen en niet meegaan in je ‘spiritualiteit’, wegwensen uit je bestaanswereld m.a.w. “ als je niet met mij eens bent, dan besta je niet voor mij”.
8. Neerkijken op mensen die hun natuur op een andere manier beleven. Dit kun je vooral merken aan de zg. meester; therapeut, ‘spirituele’ genezer die als enige ‘kontact’ heeft met boven.
9. Hoe meer cursussen je volgt, hoe strakker de houding van ‘ik weet alles’. Je probeert anderen spiritueel te ‘maken’ met je vele kennis, omdat anderen niet goed zijn zoals ze zijn.
Kortom niet willen veranderen van perspectief, je ongezonde verwachtingen blijven voeden en tegelijkertijd spiritueel willen zijn? Hierdoor wordt men niet spiritueel maar een onbewuste zelfmartelaar, een methodiek uitdrager en een niet wetende alweter.
Herkenning van je spirituele groei:
1. Je zegt wat je voelt, zonder een ander te verwijten. Iemand die Bewust leeft, verwijt zijn gevoel niet aan een ander. Hij weet dat vervelende gevoelens, anderen als metafoor gebruiken om naar boven te komen zodat ze genezen kunnen worden.
2. Je probeert te luisteren naar de boodschap die de spreker wil overbrengen zonder de behoefte het laatste woord te hebben. Actief luisteren, zonder innerlijke dialoog.
3. Neem je verwachtingen onder de loep. Iemand die daadwerkelijk naar zijn authenticiteit reikt, weet dat het de verwachtingen zijn die hem ongelukkig maken en niet de mensen die niet voldoen aan de verwachtingen.
4. Je neemt je verantwoordelijkheid “ ik ben verbonden met alles wat er is”.
5. Je trekt je terug na een onaangename situatie om tot inzicht te komen, omdat je weet dat jouw schaduwkanten aan het opspelen zijn geweest en gaat met deze schaduwkanten aan het werk i.p.v. de ‘oorzaak’ bij anderen te zoeken.
6. Je maakt duidelijk dat een situatie niet goed aanvoelt i.p.v. met een nep glimlach rond te lopen. Weet dat negatieve emoties inslikken en ‘leuk’ doen uiteindelijk tegen jezelf keert en in het lichaam in de vorm van ziekten etc. manifesteert. Vriendelijkheid betekent nog niet dat er sprake is van balans.
7. Je accepteert de realiteit zoals hij is, zonder ermee eens te hoeven zijn. Je weet dat, vechten tegen datgene wat er is, hetzelfde is als ‘ vechten tegen God’.
8. Stimuleer anderen in hun groei op hun eigen unieke manier en sta hun bij zonder je eigen methoden op te dringen. Geniet van alle verschillende manieren van groei die je ziet in anderen, daar leer je zelf ook van. Een ieder heeft zijn eigen unieke weg te gaan.
9. Hoe meer je leert hoe nederiger je wordt, door het besef: “ er is nog zoveel dat ik niet weet”.
10. Help anderen inzien dat ze spiritueel zijn geboren en HET in zichzelf hebben.
Wie zelf vrij is van oordelen, ook naar zichzelf toe, kan ook niet meer geraakt worden door negativiteit van anderen. Ook niet door zijn eigen gedachten omdat de gedachten niet van hem zijn en buiten het bewustzijn staan. Als wij zonder oordeel kijken naar onze denkwereld zien wij geen goed en kwaad, maar alleen oorzaal en gevolg. Vervolgens kunnen wij ons afvragen waar dit het gevolg van is geweest. Kortom, je ziet de realiteit door je overtuigingen heen. “Leid jezelf en je bent bevrijd”.
Bron: Indra Radjkoemar
www.shivani-ayurveda.nl
Posts tonen met het label Schaduwkant. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schaduwkant. Alle posts tonen
donderdag 13 december 2012
donderdag 22 november 2012
Ego: het strategische zelf
Dit artikel is geschreven door Pieter Stuurman en overgenomen van zijn blog: pieterstuurman.blogspot.nl
Je hebt mensen die, ondanks hun successen of tegenslagen, altijd zichzelf blijven. Je hebt ook mensen die zichzelf niet zijn. Je hebt mensen die zichzelf voor de gek houden. Je hebt mensen die zichzelf kwijtgeraakt zijn, en mensen die zichzelf gevonden hebben. Of hervonden hebben. Maar wie vindt dan wat?
Als je jezelf niet bent, wat ben je dan? Als je zelf de keuze maakt om anders te zijn dan je bent, dan maak je toch zelf die keuze. Dan is de manier waarop je jezelf presenteert toch een gevolg van de keuze die je zelf maakt, en dus ben je dan toch weer jezelf. Of niet?
Toch hebben mensen een feilloos gevoel voor authenticiteit als het gaat om het zelf. Vooral bij anderen. Dat impliceert dat er een zelf bestaat dat authentiek is, en waarvan naar keuze kan worden afgeweken, maar dat zo’n keuze een minder authentiek zelf oplevert. Ook al is die keuze zelf gemaakt. Het gaat ervan uit dat er in de kern van iedereen een onveranderbare essentie ligt. Een zelf zoals het is, en blijft. Ook al kies je uit vrije wil voor iets anders.
Als het essentiële zelf onveranderbaar is, dan kan de vrije wil er ook geen invloed op hebben. Dan moet die vrije wil dus invloed hebben op iets anders dan het essentiële zelf. Dan moet er dus ook een veranderbaar, of programmeerbaar deel van het zelf bestaan. Een deel dat keuzes kan maken, dat strategieën kan ontwikkelen en volgen. Het programmeerbare zelf.
Als het essentiële zelf onveranderbaar is, dan kan het zich niet aanpassen. Het is dan immers zoals het is. En zonder aanpassingsvermogen wordt het leven onhanteerbaar. Situaties doen zich in alle mogelijke vormen voor, kunnen bedreigend zijn, en moeten worden gehanteerd. Daarom is het noodzakelijk dat we ons kunnen beschermen tegen alle dingen die we meemaken en op ons afkomen. En dat wapenen doen we door strategieën te ontwikkelen. Iedereen doet dat op zijn manier; de manier die het beste bij hem of haar lijkt te passen. Het wapenen gebeurt uit noodzaak, het bepalen van de strategische richting uit vrije wil.
Die vrije wil heeft daarmee alleen invloed op het programmeerbare zelf. Strategieën worden gevormd door een combinatie van vrije wil en omstandigheden. De omstandigheden geven aan voor welke gevaren het zelf beschermd moet worden en op basis daarvan wordt een zo goed mogelijk passende strategie ontwikkeld. Het is daarvoor dus noodzakelijk dat we ons van de gevaren bewust zijn. Het bewust zijn van gevaren noemen we angst.
Strategieën worden dus gevormd op basis van angst, in combinatie met een mix van vrije wil en van talenten (je kiest voor je sterkste kanten als je jezelf wil wapenen tegen gevaren).
Het programmeerbare, strategische zelf is een noodzakelijk hulpmiddel om te overleven in een materiële wereld. Het essentiële zelf is immers onveranderbaar, en kan dus ook geen keuzes maken om zich te verdedigen.
Strategieën werken alleen als je jezelf eraan houdt. Werkende strategieën die hun nut bewezen lijken te hebben, zijn daarom zeer hardnekkig. Ze vormen een beveiligingsschild rondom het zelf en beschermen dat zelf tegen alles waarvoor het bang is. Het loslaten van zo’n schild zal dus direct meer angst opleveren en zal daarom vermeden worden.
Dat geeft het strategische zelf (ook wel ego genoemd) macht over het essentiële zelf. Hoe succesvoller de gekozen strategieën lijken te zijn, hoe meer ruimte het strategische zelf krijgt om nieuwe strategieën te ontwikkelen of bestaande strategieën te versterken. En die strategieën leveren controle op. Het geeft een persoon controle over zijn leven. En daarmee over zijn essentiële zelf.
Maar omdat het essentiële zelf onveranderbaar is, kan het ego dat essentiële zelf alleen controleren door het te onderdrukken of te verduisteren.
Mensen die zichzelf niet zijn, doen dat vanuit angst. Wat we dan te zien krijgen is het strategische zelf, in plaats van het essentiële zelf. Andere mensen voelen dat vaak goed aan, en zeggen: hij is zichzelf niet. Voor de persoon in kwestie is het meestal niet zo duidelijk. Hoe succesvoller een strategie lijkt te zijn, hoe sterker mensen zich ermee gaan vereenzelvigen. En dan kan het gebeuren dat die mensen gaan denken dat ze hun strategische zelf (hun ego) zijn.
In dat geval is het essentiële zelf volledig verduisterd, en heeft het strategische zelf de macht volledig overgenomen.
Omdat het programeerbare, strategische zelf niet alleen uit vrije autonome keuzes bestaat, maar ook gevoed wordt door (angst voor) omstandigheden, is het ook van buitenaf programmeerbaar. Als een ander het voor elkaar krijgt om angst te genereren, dan zal het strategische zelf daarop reageren. Het is om die reden dat angst voortdurend gebruikt wordt om anderen te beïnvloeden. Het is de enige manier om anderen te programmeren.
Alle pogingen om anderen te programmeren zijn gericht op het strategische zelf, en bestaan uit het enige voedsel voor dat ego: angst. Zonder angst is er geen enkele aanleiding voor het vormen of aanpassen van strategieën. Mensen die anderen proberen te beïnvloeden, doen dat altijd door die anderen te voeden met angst. Er is simpelweg geen andere manier.
Opvoeden is een vorm van programmeren. Vandaar dat opvoeden hoofdzakelijk bestaat uit het gecontroleerd voeden van angst. Het is gebaseerd op de gedachte: input is output. Stop je de juiste angsten in een kind, dan kun je een bepaalde reactie verwachten. Alle boodschappen zijn gericht op het strategische zelf: je moet goede cijfers halen want anders krijg je geen diploma, je moet een diploma halen want anders kun je niet studeren, je moet studeren want anders krijg je geen goede baan, je moet en goede baan hebben want anders krijg je maar weinig geld of aanzien etc.
Ook alle reclame- en propagandaboodschappen waarmee we voortdurend geconfronteerd worden, zijn gericht op het ego. Het programmeerbare, strategische zelf/ego wordt vanaf onze eerste dag gevoed, en zelfs vetgemest. En hoe vetter dat strategische zelf wordt, hoe meer het essentiële zelf weggedrukt of verduisterd wordt (en hoe gemakkelijker een persoon programmeerbaar wordt). Het strategische zelf, dat in eerste instantie bedoeld was ter bescherming van het essentiële zelf, heeft dat essentiële zelf buitenspel gezet. Het is van een handig hulpmiddel, een dienaar, verworden tot een dictator. Maar het essentiële zelf is er nog wel. Het is onveranderbaar en dus ook onuitwisbaar.
En bij veel mensen komt er dan ook een moment waarop er een conflict ontstaat tussen die twee ‘zelven’. En zo’n conflict noemen we een psychisch probleem. Het is het probleem dat zich voordoet bij degene wiens strategie het is om altijd grappig en vrolijk te zijn maar zich steeds depressiever voelt, het is het probleem van degene die zich altijd sterk en stoer voordoet maar steeds onzekerder wordt, het is het probleem van degene die zich altijd begripvol en verzorgend opstelt maar steeds meer last krijgt van sadistische of gewelddadige gedachten. Enzovoort. Ieder psychisch probleem is het gevolg van een conflict tussen het strategische zelf en het essentiële zelf. En de oorzaak ligt altijd in het strategische zelf dat een richting gekozen heeft die onverenigbaar is met het essentiële zelf. Het essentiële zelf is immers onveranderbaar en dus kan het ook niet goed of slecht zijn. Het is zoals het is.
Omdat het essentiële zelf geen strategieën kent, wordt het oplossen van problemen altijd overgelaten aan het strategische zelf. Maar het strategische zelf is nou juist de veroorzaker van het probleem. Daarom kunnen mensen soms te maken krijgen met zeer hardnekkige psychische problemen. Je kunt het oplossen van een probleem niet overlaten aan de veroorzaker ervan. En verder heb je geen middelen om het aan te pakken.
Dan heb je dus een ander nodig. Een therapeut of zo, of een goede vriend om met te praten. Maar ook therapeuten en goede vrienden zijn gewend om problemen aan te pakken door er controle over te krijgen. Terwijl een overmaat aan controle nou juist de veroorzaker was van het probleem: overmatige controle van het strategische zelf/ego over het essentiële zelf, waardoor het essentiële zelf geen adem meer krijgt.
De enige echte oplossing is dan: het verminderen van de macht van het strategische zelf/ego, waardoor het essentiële zelf weer ruimte krijgt. Maar dat is eng. En het ego zal dus onmiddellijk proberen in te grijpen. De enige echte oplossing is dan het ego minder macht te geven door het los(ser) te laten.
In onze cultuur en in deze tijd heeft het strategische zelf/ego een buitenproportioneel grote rol toebedeeld gekregen. En omdat het ego van buitenaf beïnvloedbaar/programmeerbaar is, worden we voortdurend bestookt met allerlei angsten die tot doel hebben ons een bepaalde richting in te sturen.
Daarmee speelt het ego niet alleen een buitenproportioneel grote rol op individueel niveau, maar ook op collectief niveau. Het collectief (de mensheid) is niets meer dan een verzameling individuen, en is daarmee een afspiegeling van die individuen. Je ziet dan ook dat de samenleving op een vergelijkbare manier ingericht is en bestuurd wordt als het gemiddelde individu.
Ook collectieve angsten worden gepareerd met strategieën. Strategieën die controle moeten opleveren over alle bedreigingen. En je ziet dan ook dat er een collectief ego bestaat dat op vergelijkbare wijze als bij het individuele ego, steeds meer macht naar zich toetrekt. Dat collectieve ego kennen we als regeringen en bestuur.
Net als het individuele ego, is het collectieve ego (bestuur, regering) aangesteld om ons te beschermen tegen bedreigingen. Als een dienaar om ons te verdedigen. Maar net zoals bij het individuele ego, heeft het collectieve ego zich omgevormd van dienaar tot dictator. En ook hier ontstaat een probleem. Door de toenemende macht van dat collectieve ego, kunnen we steeds minder zijn wat we in essentie zijn. We worden voortdurend tot van alles gedwongen, of verhinderd om onszelf te zijn. We zijn onvrij.
En net zoals bij individueel ego, is het enige wapen waarover het collectieve ego beschikt ter bestrijding van een probleem: meer controle. En zo wordt het probleem van onvrijheid, dat veroorzaakt is door het collectieve ego (regering) door datzelfde ego alleen maar versterkt in plaats van opgelost: we worden steeds meer onvrij.
En daarmee hebben we niet meer de vrijheid om te zijn wat we in essentie zijn. En die essentie is onveranderbaar, dus daarin hebben we geen keuze. En daarmee is vrijheid dus iets dat pas bestaat als je niet gedwongen wordt om te kiezen.
De enige mogelijkheid om het essentiële zelf weer de ruimte te geven, is het loslaten van het ego, zowel op individueel als op collectief niveau. We hoeven het ego (zowel het individuele als het collectieve) niet weg te gooien of buitenspel te zetten, sterker nog: we hebben het nodig om te overleven. We kunnen het ook niet bestrijden; het ego is immers een meester in strategie en daarvan verliezen we het altijd. We kunnen het alleen minder serieus nemen. Er minder waarde aan hechten. Losser laten. Het weer de rol geven van dienaar, in plaats van dictator.
Keuzes komen voort uit strategieën, en de vrije wil bepaalt welke strategische keuzes er gemaakt worden. Ook op collectief niveau werkt het zo: (vrije) verkiezingen bepalen welke strategieën collectief gevolgd worden. Maar door te kiezen (voor welke strategie dan ook) geven we macht aan het collectieve ego (regering). De vrije wil is daarmee een gereedschap van het ego, en het ego beperkt de vrijheid om ons essentiële zelf te zijn.
Echte vrijheid staat daarmee haaks op vrije wil. Echte vrijheid laat ons zijn wat we zijn, en daarover hebben we niks te kiezen. Dat zijn we gewoon.
Bron: Visionair.nl
Je hebt mensen die, ondanks hun successen of tegenslagen, altijd zichzelf blijven. Je hebt ook mensen die zichzelf niet zijn. Je hebt mensen die zichzelf voor de gek houden. Je hebt mensen die zichzelf kwijtgeraakt zijn, en mensen die zichzelf gevonden hebben. Of hervonden hebben. Maar wie vindt dan wat?
Als je jezelf niet bent, wat ben je dan? Als je zelf de keuze maakt om anders te zijn dan je bent, dan maak je toch zelf die keuze. Dan is de manier waarop je jezelf presenteert toch een gevolg van de keuze die je zelf maakt, en dus ben je dan toch weer jezelf. Of niet?
Toch hebben mensen een feilloos gevoel voor authenticiteit als het gaat om het zelf. Vooral bij anderen. Dat impliceert dat er een zelf bestaat dat authentiek is, en waarvan naar keuze kan worden afgeweken, maar dat zo’n keuze een minder authentiek zelf oplevert. Ook al is die keuze zelf gemaakt. Het gaat ervan uit dat er in de kern van iedereen een onveranderbare essentie ligt. Een zelf zoals het is, en blijft. Ook al kies je uit vrije wil voor iets anders.
Als het essentiële zelf onveranderbaar is, dan kan de vrije wil er ook geen invloed op hebben. Dan moet die vrije wil dus invloed hebben op iets anders dan het essentiële zelf. Dan moet er dus ook een veranderbaar, of programmeerbaar deel van het zelf bestaan. Een deel dat keuzes kan maken, dat strategieën kan ontwikkelen en volgen. Het programmeerbare zelf.
Als het essentiële zelf onveranderbaar is, dan kan het zich niet aanpassen. Het is dan immers zoals het is. En zonder aanpassingsvermogen wordt het leven onhanteerbaar. Situaties doen zich in alle mogelijke vormen voor, kunnen bedreigend zijn, en moeten worden gehanteerd. Daarom is het noodzakelijk dat we ons kunnen beschermen tegen alle dingen die we meemaken en op ons afkomen. En dat wapenen doen we door strategieën te ontwikkelen. Iedereen doet dat op zijn manier; de manier die het beste bij hem of haar lijkt te passen. Het wapenen gebeurt uit noodzaak, het bepalen van de strategische richting uit vrije wil.
Die vrije wil heeft daarmee alleen invloed op het programmeerbare zelf. Strategieën worden gevormd door een combinatie van vrije wil en omstandigheden. De omstandigheden geven aan voor welke gevaren het zelf beschermd moet worden en op basis daarvan wordt een zo goed mogelijk passende strategie ontwikkeld. Het is daarvoor dus noodzakelijk dat we ons van de gevaren bewust zijn. Het bewust zijn van gevaren noemen we angst.
Strategieën worden dus gevormd op basis van angst, in combinatie met een mix van vrije wil en van talenten (je kiest voor je sterkste kanten als je jezelf wil wapenen tegen gevaren).
Het programmeerbare, strategische zelf is een noodzakelijk hulpmiddel om te overleven in een materiële wereld. Het essentiële zelf is immers onveranderbaar, en kan dus ook geen keuzes maken om zich te verdedigen.
Strategieën werken alleen als je jezelf eraan houdt. Werkende strategieën die hun nut bewezen lijken te hebben, zijn daarom zeer hardnekkig. Ze vormen een beveiligingsschild rondom het zelf en beschermen dat zelf tegen alles waarvoor het bang is. Het loslaten van zo’n schild zal dus direct meer angst opleveren en zal daarom vermeden worden.
Dat geeft het strategische zelf (ook wel ego genoemd) macht over het essentiële zelf. Hoe succesvoller de gekozen strategieën lijken te zijn, hoe meer ruimte het strategische zelf krijgt om nieuwe strategieën te ontwikkelen of bestaande strategieën te versterken. En die strategieën leveren controle op. Het geeft een persoon controle over zijn leven. En daarmee over zijn essentiële zelf.
Maar omdat het essentiële zelf onveranderbaar is, kan het ego dat essentiële zelf alleen controleren door het te onderdrukken of te verduisteren.
Mensen die zichzelf niet zijn, doen dat vanuit angst. Wat we dan te zien krijgen is het strategische zelf, in plaats van het essentiële zelf. Andere mensen voelen dat vaak goed aan, en zeggen: hij is zichzelf niet. Voor de persoon in kwestie is het meestal niet zo duidelijk. Hoe succesvoller een strategie lijkt te zijn, hoe sterker mensen zich ermee gaan vereenzelvigen. En dan kan het gebeuren dat die mensen gaan denken dat ze hun strategische zelf (hun ego) zijn.
In dat geval is het essentiële zelf volledig verduisterd, en heeft het strategische zelf de macht volledig overgenomen.
Omdat het programeerbare, strategische zelf niet alleen uit vrije autonome keuzes bestaat, maar ook gevoed wordt door (angst voor) omstandigheden, is het ook van buitenaf programmeerbaar. Als een ander het voor elkaar krijgt om angst te genereren, dan zal het strategische zelf daarop reageren. Het is om die reden dat angst voortdurend gebruikt wordt om anderen te beïnvloeden. Het is de enige manier om anderen te programmeren.
Alle pogingen om anderen te programmeren zijn gericht op het strategische zelf, en bestaan uit het enige voedsel voor dat ego: angst. Zonder angst is er geen enkele aanleiding voor het vormen of aanpassen van strategieën. Mensen die anderen proberen te beïnvloeden, doen dat altijd door die anderen te voeden met angst. Er is simpelweg geen andere manier.
Opvoeden is een vorm van programmeren. Vandaar dat opvoeden hoofdzakelijk bestaat uit het gecontroleerd voeden van angst. Het is gebaseerd op de gedachte: input is output. Stop je de juiste angsten in een kind, dan kun je een bepaalde reactie verwachten. Alle boodschappen zijn gericht op het strategische zelf: je moet goede cijfers halen want anders krijg je geen diploma, je moet een diploma halen want anders kun je niet studeren, je moet studeren want anders krijg je geen goede baan, je moet en goede baan hebben want anders krijg je maar weinig geld of aanzien etc.
Ook alle reclame- en propagandaboodschappen waarmee we voortdurend geconfronteerd worden, zijn gericht op het ego. Het programmeerbare, strategische zelf/ego wordt vanaf onze eerste dag gevoed, en zelfs vetgemest. En hoe vetter dat strategische zelf wordt, hoe meer het essentiële zelf weggedrukt of verduisterd wordt (en hoe gemakkelijker een persoon programmeerbaar wordt). Het strategische zelf, dat in eerste instantie bedoeld was ter bescherming van het essentiële zelf, heeft dat essentiële zelf buitenspel gezet. Het is van een handig hulpmiddel, een dienaar, verworden tot een dictator. Maar het essentiële zelf is er nog wel. Het is onveranderbaar en dus ook onuitwisbaar.
En bij veel mensen komt er dan ook een moment waarop er een conflict ontstaat tussen die twee ‘zelven’. En zo’n conflict noemen we een psychisch probleem. Het is het probleem dat zich voordoet bij degene wiens strategie het is om altijd grappig en vrolijk te zijn maar zich steeds depressiever voelt, het is het probleem van degene die zich altijd sterk en stoer voordoet maar steeds onzekerder wordt, het is het probleem van degene die zich altijd begripvol en verzorgend opstelt maar steeds meer last krijgt van sadistische of gewelddadige gedachten. Enzovoort. Ieder psychisch probleem is het gevolg van een conflict tussen het strategische zelf en het essentiële zelf. En de oorzaak ligt altijd in het strategische zelf dat een richting gekozen heeft die onverenigbaar is met het essentiële zelf. Het essentiële zelf is immers onveranderbaar en dus kan het ook niet goed of slecht zijn. Het is zoals het is.
Omdat het essentiële zelf geen strategieën kent, wordt het oplossen van problemen altijd overgelaten aan het strategische zelf. Maar het strategische zelf is nou juist de veroorzaker van het probleem. Daarom kunnen mensen soms te maken krijgen met zeer hardnekkige psychische problemen. Je kunt het oplossen van een probleem niet overlaten aan de veroorzaker ervan. En verder heb je geen middelen om het aan te pakken.
Dan heb je dus een ander nodig. Een therapeut of zo, of een goede vriend om met te praten. Maar ook therapeuten en goede vrienden zijn gewend om problemen aan te pakken door er controle over te krijgen. Terwijl een overmaat aan controle nou juist de veroorzaker was van het probleem: overmatige controle van het strategische zelf/ego over het essentiële zelf, waardoor het essentiële zelf geen adem meer krijgt.
De enige echte oplossing is dan: het verminderen van de macht van het strategische zelf/ego, waardoor het essentiële zelf weer ruimte krijgt. Maar dat is eng. En het ego zal dus onmiddellijk proberen in te grijpen. De enige echte oplossing is dan het ego minder macht te geven door het los(ser) te laten.
In onze cultuur en in deze tijd heeft het strategische zelf/ego een buitenproportioneel grote rol toebedeeld gekregen. En omdat het ego van buitenaf beïnvloedbaar/programmeerbaar is, worden we voortdurend bestookt met allerlei angsten die tot doel hebben ons een bepaalde richting in te sturen.
Daarmee speelt het ego niet alleen een buitenproportioneel grote rol op individueel niveau, maar ook op collectief niveau. Het collectief (de mensheid) is niets meer dan een verzameling individuen, en is daarmee een afspiegeling van die individuen. Je ziet dan ook dat de samenleving op een vergelijkbare manier ingericht is en bestuurd wordt als het gemiddelde individu.
Ook collectieve angsten worden gepareerd met strategieën. Strategieën die controle moeten opleveren over alle bedreigingen. En je ziet dan ook dat er een collectief ego bestaat dat op vergelijkbare wijze als bij het individuele ego, steeds meer macht naar zich toetrekt. Dat collectieve ego kennen we als regeringen en bestuur.
Net als het individuele ego, is het collectieve ego (bestuur, regering) aangesteld om ons te beschermen tegen bedreigingen. Als een dienaar om ons te verdedigen. Maar net zoals bij het individuele ego, heeft het collectieve ego zich omgevormd van dienaar tot dictator. En ook hier ontstaat een probleem. Door de toenemende macht van dat collectieve ego, kunnen we steeds minder zijn wat we in essentie zijn. We worden voortdurend tot van alles gedwongen, of verhinderd om onszelf te zijn. We zijn onvrij.
En net zoals bij individueel ego, is het enige wapen waarover het collectieve ego beschikt ter bestrijding van een probleem: meer controle. En zo wordt het probleem van onvrijheid, dat veroorzaakt is door het collectieve ego (regering) door datzelfde ego alleen maar versterkt in plaats van opgelost: we worden steeds meer onvrij.
En daarmee hebben we niet meer de vrijheid om te zijn wat we in essentie zijn. En die essentie is onveranderbaar, dus daarin hebben we geen keuze. En daarmee is vrijheid dus iets dat pas bestaat als je niet gedwongen wordt om te kiezen.
De enige mogelijkheid om het essentiële zelf weer de ruimte te geven, is het loslaten van het ego, zowel op individueel als op collectief niveau. We hoeven het ego (zowel het individuele als het collectieve) niet weg te gooien of buitenspel te zetten, sterker nog: we hebben het nodig om te overleven. We kunnen het ook niet bestrijden; het ego is immers een meester in strategie en daarvan verliezen we het altijd. We kunnen het alleen minder serieus nemen. Er minder waarde aan hechten. Losser laten. Het weer de rol geven van dienaar, in plaats van dictator.
Keuzes komen voort uit strategieën, en de vrije wil bepaalt welke strategische keuzes er gemaakt worden. Ook op collectief niveau werkt het zo: (vrije) verkiezingen bepalen welke strategieën collectief gevolgd worden. Maar door te kiezen (voor welke strategie dan ook) geven we macht aan het collectieve ego (regering). De vrije wil is daarmee een gereedschap van het ego, en het ego beperkt de vrijheid om ons essentiële zelf te zijn.
Echte vrijheid staat daarmee haaks op vrije wil. Echte vrijheid laat ons zijn wat we zijn, en daarover hebben we niks te kiezen. Dat zijn we gewoon.
Bron: Visionair.nl
zondag 27 mei 2012
5 dingen die je op kunt geven om gelukkiger te leven
Als we bedenken hoe we meer geluk kunnen creëren, zoeken we normaal gesproken naar iets wat we kunnen bereiken of toe kunnen voegen aan ons leven. Soms is de sleutel tot geluk echter het opgeven van bepaalde perspectieven en gedragingen. Hieronder noemen we een aantal zaken die je op kunt geven om een gelukkiger mens te worden.
Geef de gewoonte op om anderen de schuld te geven. Schuld is een zondebok voor het nemen van verantwoordelijkheid van je eigen resultaat. Het is een stuk gemakkelijker om anderen de schuld te geven dan om naar jezelf te kijken. Schuld is niet opbouwend. Het helpt jou noch de andere persoon; niemand wint in het zwartepietenspel. De energie die je in het beschuldigen steekt, belemmert de vooruitgang en het vinden van een oplossing.
Geef je drang om indruk te maken op. Als je accepteert wie je bent, en je je eigenaardigheden, gebreken, sterke punten en kwetsbaarheid omhelst, zul je veel beter in je vel zitten. En als je zelfvertrouwen hebt, zul je je minder zorgen maken over wat anderen van je denken. Je zult je niet langer zorgen maken of iemand je leuk vindt of niet, omdat je diep van binnen weet dat mensen die je ten onrechte veroordelen niet belangrijk zijn in je leven.
Geef je slachtofferrol op. Het perspectief dat jij het resultaat bent van alle externe variabelen, verschuift de verantwoordelijkheid voor het nemen van controle over je eigen leven. Het is jammer dat slechte dingen soms gebeuren bij de beste mensen. Het leven kan oneerlijk, onvriendelijk en onrechtvaardig zijn. Vasthouden aan de slachtoffermentaliteit voegt echter niets toe aan je vermogen om verder te komen.
Geef het gevoel dat je ergens recht op hebt op. Niemand is je iets verschuldigd. Niemand. Als je het leven benadert alsof je ergens recht op hebt, zul je waarschijnlijk keer op keer teleurgesteld worden. Als je echter dankbaar bent voor wat je hebt, en je positieve dingen als een bonus ziet in plaats van verschuldigde verwachtingen, zul je aangenaam worden verrast.
Geef het doen alsof op. In een samenleving waarin perfectie wordt beloond, spelen we continu een rol. We proberen de wereld te laten zien dat we foutloze mensen zijn en hopen hiermee geliefd en geaccepteerd te worden. Maar onze schoonheid zit in onze kwetsbaarheid, onze liefde, en onze diepe, complexe emoties… onze menselijkheid. Als we omarmen wie we zijn en besluiten om authentiek in plaats van perfect te zijn, openen we onszelf om zo echte verbindingen met anderen aan te gaan. Je hoeft geen show op te voeren. Je hoeft niet te doen alsof je iets of iemand anders bent. Je bent perfect zoals je bent.
Amy Chan
Bron: Happynews.nl
woensdag 16 mei 2012
Onze schaduwkant
Wees je bewust van de donkere kant van jezelf en van het leven en weten wat het tegen je zegt.
Hoe feller het licht, hoe donkerder de schaduw. Alles heeft een schaduwkant. Als je de schaduw van een persoon niet niet ziet de schaduw van een persoon zie je de persoon niet. Maar bent verblind door idealisering. Als je niet je eigen schaduw ziet, ben je in ontkenning, en zal je schaduw projecteren op anderen.
We hebben allemaal een kant die we als donker zouden beschouwen. Onze schaduw kan onder meer het volgende behelzen: honger aar macht, verborgen agenda's, chaotische emoties en sub-persoonlijkheden, verslavingen, enzovoort.
Hoe meer we die schaduwkanten proberen te ontkennen, hoe meer het gewicht van ons inneemt. Maar als we de realiteit omarmen, leren hoe het werkt en vervolgens accepteren zodat het geen grip maar op ons kan hebben worden we verlicht. We worden wijzer en begripvoller voor het hebben van een schaduw en ontdekken dan ook verborgen schatten in de krochten van onze ziel.
Als we in oorlog zijn met onze eigen schaduw, dan domineert die ons. We projecteren vervolgens ons eigen onvermogen op die van anderen. Als we niet in staat zijn om onze schaduw te aanvaarden, worden we hongerige geesten, voor altijd op zoek naar erkenning om onze twijfels die aan ons knagen te compenseren. Wanneer we het erkennen en aanvaarden zorgen we ervoor dat we onze onvolmaaktheden niet meer voeden en dat maakt ons aantrekkelijker voor anderen. Alle mensen hebben een schaduw, maar alleen de sterkste mensen onder ons accepteren hun schaduwkanten en verbinden het met liefde. Het vergt moed om je schaduw te accepteren. En het is continu een proces dat leidt tot genezing voor jezelf, die je dicht bij jezelf brengt, bij anderen en de hele wereld.
Bron: Wereldgeheimen.nl & Spiritscience
Abonneren op:
Posts (Atom)