Posts tonen met het label theosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label theosofie. Alle posts tonen

woensdag 12 september 2012

De knopen van het hart losmaken

Afbeelding

Waarom maken we nieuwe innerlijke knopen of trekken we oude knopen strakker aan? In ieder mens is een hogere en een lagere natuur. De hogere leidt tot innerlijke kracht, visie, vrede, en liefde, de lagere tot zwakheid, bekrompenheid, onevenwichtigheid, en egoïsme. We maken knopen in ons hart door onze hogere natuur buiten te sluiten en de verlangens van de lagere natuur te volgen. Soms doen we dit omdat we ons niet bewust zijn van ons hogere zelf of omdat we meer vertrouwen stellen in ons lagere zelf. Wat de reden ook is, onze hogere natuur roept ons voortdurend, en we kunnen haar rustige stem horen wanneer we de luidruchtige verlangens van ons persoonlijke zelf vervangen door het verlangen om anderen van dienst te zijn. Op deze manier verruimt ons bewustzijn zich van een beperkte naar een meer universele visie.

De Ouden spraken over de vervolmaking van de mens en symboliseerden de samengesteldheid van onze natuur op veel manieren. De Grieken vergeleken de mens met Apollo die zijn zevensnarige lier bespeelde, waarbij Apollo zelf het hoogste beginsel vertegenwoordigde. De hindoes vergeleken de mens met een wagenmenner, waarbij de paarden zijn lagere verlangens symboliseren, de teugels het denken, de bestuurder het hogere zelf, en de wagen het lichaam. In volksvertellingen wordt het hogere zelf vaak weergegeven door een prinses die uit handen van zelfzuchtige machten moet worden gered door een prins, de geestelijke krijger in ons. In Chinese tradities worden de twee innerlijke krachten gesymboliseerd door twee draken die een vuurbal in het midden boven hen proberen te grijpen. Wij zijn deze vuurbal! Wij kunnen kiezen om onze aandacht op de ene of op de andere draak te richten.

De keuze ligt bij ons of we sterk en liefdevol of zwakker en egoïstischer willen worden. Wij moeten beslissen, en vervolgens geven we door onze verbeeldingskracht vorm aan onszelf, waarbij we ons ontwikkelen overeenkomstig onze edele inzichten of een verlagende gedragslijn volgen. De mogelijkheden van de verbeelding als een wezenlijke kracht in ons leven worden enorm onderschat, hoewel we haar voortdurend gebruiken. Ze geeft vorm aan de idealen en beginselen die aan het leven van de mens ten grondslag liggen. Misschien zijn de beste idealen om na te streven die idealen die steeds worden bijgeschaafd door onze eigen aspiraties en bespiegelingen. Hoewel religies en filosofieën ons universele beginselen en voorbeelden geven, weten we in dit stadium nog niet hoe een boeddha of een christus denkt en handelt. Het lijkt daarom onverstandig onze aandacht te veel te fixeren op wat een volmaakt leven in de praktijk betekent, maar we moeten wel het verlangen behouden om er meer over te weten te komen. Als we in overeenstemming leven met wat we op dit moment als het meest edele in ons beschouwen, werkt dit als een spiegel die laat zien hoe verheven de weg die we volgen in feite is. Als we deze bespiegelingen met een oprecht en open hart benutten, zal ons begrip van het leven zich verdiepen terwijl we vooruitgaan.

In ons hart woont een godheid, de bron van aspiratie, die ons aanmoedigt om in overeenstemming daarmee te leven. Natuurlijk schieten we vaak tekort om aan onze goddelijke roeping gehoor te geven, maar dit heeft geen betekenis zolang we het maar blijven proberen. Het hart van alles, en dus ook van ons, is oneindig mededogen, en daarom zullen we, zolang we onze pogingen om in overeenstemming daarmee te leven volhouden, altijd een nieuwe kans krijgen om onze goddelijke mogelijkheden te verwezenlijken. Hoewel de gevolgen van vroegere onverstandige handelingen naar ons zullen worden teruggekaatst, zullen zulke beproevingen, wanneer ze op de juiste manier worden benut, de treden vormen van het pad dat naar binnen leidt. Er is niemand die in het verleden, in dit of in andere levens, niet onverstandig heeft gehandeld, en dus heeft iedereen karma onder ogen te zien. Als we ervoor kiezen overeenkomstig het hoogste in onszelf te leven, zullen we door de kracht van aspiratie een beroep doen op oud karma om zich uit te putten, en dit biedt ons ook de kans om ons voornemen kracht bij te zetten. Omdat oud karma ook de gevolgen omvat van goede handelingen die we hebben verricht, roept onze aspiratie zowel het beste als het slechtste in ons op. Er is moed en overtuiging voor nodig om zo’n confrontatie te doorstaan, maar we zijn hier op aarde om onze zwakheden te boven te komen, niet alleen met zelfontwikkeling als doel maar ook om ons deel bij te dragen aan het vooruithelpen van de mensheid, want we zijn EEN daarmee.

De knopen die we in ons hart hebben gemaakt bestaan uit verschillende soorten angst, egoïsme, en haat die ontstaan uit een onvolkomen visie op het leven. Een juist begrip van het leven zou ertoe leiden dat we voor moed, liefde en vrede zouden kiezen, maar we zien niet altijd duidelijk welke gevolgen voortkomen uit welke oorzaken. Onze lagere natuur misleidt ons wanneer ze ons doet denken dat we onszelf, onze belangen, of zelfs andere mensen het beste van dienst zijn met egoïstische, of door angst en haat ingegeven handelingen. Niets ligt verder van de waarheid af. Als we ons realiseren dat op het gebied van handeling, gedachten, en gevoelens, de oorzaken die we in beweging zetten vroeg of laat hun gevolgen zullen voortbrengen, dan zullen we inzien dat we onedele impulsen moeten afwijzen. Omdat we ons niet altijd bewust zijn van de motieven voor onze handelingen, is een voortdurende oprechte zelfanalyse een van de beste methoden om zelfbeheersing te verkrijgen. Als we ons aanleren om onze handelingen te baseren op altruïstische liefde, moed, en vrede, kunnen we erop vertrouwen dat het karma goede vruchten zal dragen.

Het doel van religieuze en filosofische scholen was en is, de mens bewust te maken van zijn hogere natuur en van zijn verantwoordelijkheid tegenover alle wezens, en hem de kennis te onderwijzen die hem helpt om zichzelf en de wereld om hem heen te begrijpen. In de praktijk wordt van de leerling verwacht dat hij deze kennis op het leven toepast en zodoende leert meester over zichzelf te worden. Ons wezen is als de lier van Apollo en we kunnen leren hoe we deze kunnen afstemmen op het collectieve welzijn van allen. Om dit te doen moeten we ons bewust worden van de krachten die in ons actief zijn, en de egoïstische motieven scheiden van de onzelfzuchtige. Dit zal ons in toenemende mate het vermogen geven om waar te nemen welke koers we moeten volgen, en we zullen steeds minder door onze lagere impulsen worden afgeleid. Wanneer we het werkelijke van het onwerkelijke onderscheiden, zullen we steeds duidelijker zien wat onze taak is en de grootsheid en betekenis daarvan: het hart vrij te maken van onzuivere verlangens zodat we onze eenheid met alles zullen voelen. Ieder mens moet uiteindelijk met dit proces beginnen, en ‘hoe eerder men begint, hoe gemakkelijker dit kan worden gedaan’.

Als we ons afvragen hoe we met specifieke situaties en mensen moeten omgaan, leidt dit tot een voortdurende meditatie waarbij we de situatie of de ander in het licht van ons hogere zelf proberen te zien. Op deze manier kunnen we ons ervan bewust worden dat alle mensen familie van ons zijn, of zelfs een stap verder gaan en ons voorstellen dat we uiteindelijk Een zijn. Omdat dit in feite het geval is, doet deze visie die door ons wezen heen stroomt een beroep op onze goddelijke diepten, en zijn we in staat om juist te handelen – of niet te handelen. Alle mensen ontlenen hun gedachten en geestelijke kracht aan dezelfde bron, zodat onze verheven gedachten, gevoelens en handelingen anderen meer kracht en meer edele ideeën en gevoelens geven. We kunnen ons dagelijks leven baseren op harmonische gedachten, gevoelens en daden – niet noodzakelijkerwijs omdat daardoor ons eigen leven wordt verbeterd, dat betrekkelijk onbelangrijk is vergeleken met de hele mensheid, maar omdat het leidt tot een betere wereld voor iedereen.

Als we voor de mensheid leven zijn we in overeenstemming met het zuivere licht van het hoogste zelf dat de bron van ieder wezen is:

Zoals van een vlammend vuur de vonken die eraan verwant zijn er met duizenden uitschieten, zo ontspringen aan het Onveranderlijke vele soorten wezens en gaan uiteindelijk weer daarin op.
– Mundaka Upanishad, II.i.1

We zijn allemaal een vonk van dit vlammende vuur, en het is onze heilige plicht om deze goddelijke vonk in ons te doen opvlammen. Dit zal ons in staat stellen om meer licht en warmte aan anderen te geven, die op hun beurt helderder zullen branden. We kunnen beginnen met het geven van onszelf op een bescheiden en eenvoudige manier. Elke keer dat we ervoor kiezen om anderen een beetje bemoediging te geven, zonder aan onze eigen belangen te denken, doen we een stap in die richting. Telkens wanneer we weigeren om door zelfzuchtige gevoelens, gedachten, of beelden te worden meegesleurd en we ze vervangen door verheffende en prachtige gedachten, groeien we niet alleen zelf maar helpen we ook de mensheid te groeien. Iedere keer dat we onze eenheid met alle wezens voelen, komen we dichter bij het verwezenlijken van ons innerlijke zelf:

De wijzen nemen door de kennis (van brahman) duidelijk het gelukzalige onsterfelijke waar dat [licht] uitstraalt.

Wanneer dat Zelf, dat zowel het hoge als het lage is, wordt bereikt, wordt de knoop van het hart doorgesneden, alle twijfel lost op, en aan alle handelingen1 komt een einde.
– Mundaka Upanishad II.ii.7-8

Door het zelf zowel het hoge als het lage te noemen, wordt een absolute scheiding tussen goed en kwaad ontkend. Dit zijn relatieve termen voor hogere en lagere graden van evolutie. Het doet er niet toe op welk niveau we ons bevinden, het zelf is in alles. Ongetwijfeld, is het bewust worden van het zelf een taak die vele levens van transformatie kan duren, maar dit betekent niet dat we dit proces moeten uitstellen. Deze reis naar het zelf is het eeuwige doel van het leven omdat er voorbij het hoogste zelf altijd een nieuwe horizon is met een visie op een nog ‘hoger’ zelf. Wanneer we ons tot goden hebben ontwikkeld, zullen we geen absoluut einde hebben bereikt, maar na een tijdelijke rustperiode zullen we doorgaan onszelf verder te ontwikkelen.

Oude legenden over de ‘gouden eeuw’ vertellen dat er eens een tijd was dat mensen meer in harmonie met elkaar leefden. De toekomst houdt de belofte van een andere gouden eeuw in – niet dezelfde als in het verleden maar één op een hoger niveau, want evolutie verloopt spiraalsgewijs. Volgens de hindoeleringen over cyclussen zal dit tijdperk pas over 427.000 jaar aanbreken. Satyayuga, zoals zij dit ‘tijdperk van waarheid’ noemen, lijkt misschien nog ver weg, maar zulke tijdsperioden betekenen heel weinig voor het eeuwig ontwikkelende zelf in ons. We kunnen nu beginnen om de dageraad ervan in te luiden. Ons huidige tijdperk – kaliyuga, het meest materiële tijdperk van de vier brahmaanse tijdperken – biedt grote mogelijkheden voor groei en zal uiteindelijk een satyayuga voortbrengen.

Niemand kan zeggen dat hij of zij de kracht, wijsheid of goedheid niet heeft om mee te helpen, omdat deze kwaliteiten in ieder menselijk hart aanwezig zijn. Ieder van ons kan zijn deel bijdragen om universele broederschap – dat innerlijk gezien al een feit is en ook de basis vormt van de uiterlijke natuur – te verwezenlijken door de knopen van ons hart los te maken en in die mate licht en vrede over de aarde uit te stralen. En waarom zullen we daar stoppen? Deze vonken van licht zullen de diepten van een heelal verlichten dat vol wezens is die zich allemaal tot iets groters ontwikkelen.

Bron: Theosofie.net via Wereldgeheimen.nl

donderdag 19 april 2012

Antroposofie: één van de vele wegen van persoonlijke ontwikkeling


Antroposofie is een spirituele filosofie en occulte wetenschap gebaseerd op de leer van Rudolf Steiner (1861-1925), die het bestaan postuleert van een geestelijke wereld die toegankelijk zou zijn via innerlijke ontwikkeling. De antroposofie beweert kennis van de wereld te kunnen verkrijgen door een van de zintuigen onafhankelijk denken.

Ze biedt een weg van persoonlijke ontwikkeling, gebaseerd op zelfkennis die wordt verworven via praktische oefeningen. Ze is concreet actief op talloze terreinen van het dagelijks leven die verband houden met de ontwikkeling en waardigheid van de mens: onderwijs (Steiner-Waldorfscholen), bijzonder onderwijs (educatieve zorg voor gehandicapte kinderen en volwassenen), landbouw (biodynamische landbouw), voeding, architectuur, de kunst en  de geneeskunde.

Volgens de antroposofie is de kosmos één geheel waarin alle delen onderling afhankelijk zijn en elkaar beïnvloeden. Ze ziet de mens als samengesteld uit vier bestanddelen of lichamen:  
  1. een fysiek lichaam, dat we normaal waarnemen;
  2. een etherisch lichaam of de vitale functionele organisatie, zetel van het vermogen tot regeneratie, wondgenezing en vegetatieve grondstofwisseling - de organisatie van de fysieke lichaam is daarvan het resultaat;
  3. een astraal lichaam ofwel de organisatie van de gevoeligheid, verantwoordelijk voor de dierlijke organisatie (zenuwstelsel, bewegingsapparaat, ademhaling, hormonen), motor van emoties, instincten, verlangens;
  4. en een egotisch lichaam ofwel de organisatie van het ik, het zelf, waarop het individuele geweten en het vermogen tot denken, spreken en culturele activiteit berusten.
De werking van het fysieke lichaam steunt op de variabele interactie tussen de hierboven genoemde elementen volgens drie onderling afhankelijke, fysiologische functionele systemen:  
  1. een zenuw-zintuigsysteem dat de bewuste activiteiten regelt alsook hun gevolgen voor het organisme als geheel;
  2. een stofwisselingssysteem dat verantwoordelijk is voor de uitwisseling van energie en stoffen;
  3. en een ritmisch systeem waaronder alle ritmen van het organisme vallen, in het bijzonder de ademhaling en bloedsomloop.
Behalve geneesmiddelen biedt ze ook een op de persoon afgestemd dieet (antroposofische voeding) en aanvullende therapieën: therapie door beweging, zoals euritmie en Bothmergymnastiek, specifieke (ritmische) massage, kunsttherapie, muziektherapie, enzovoort.

Rudolf Joseph Lorenz Steiner (1861 – 1925) was een Oostenrijkse filosoof, schrijver, architect en pedagoog. Hij is bekend geworden als grondlegger van de antroposofie en haar praktische toepassingen, zoals het vrijeschoolonderwijs, de antroposofische geneeskunst, de heilpedagogie en de biologisch-dynamische landbouw.

In zijn vroege filosofische werken behandelt Rudolf Steiner de problematiek van het menselijke kenvermogen en de menselijke vrije wil. Hij weerlegt enkele zogenaamde vooroordelen van Immanuel Kant en laat zien hoe de ideeën van Goethe, Fichte en Hegel verder ontwikkeld kunnen worden. Hoogtepunt van deze periode is zijn boek 'Filosofie van de vrijheid'.

Vanaf de eeuwwisseling  we spreken van 1900 - trad Rudolf Steiner naar buiten met voordrachten en werken over esoterische onderwerpen waarvoor aanvankelijk alleen binnen kringen van de Theosofische Vereniging belangstelling bestond. In deze periode schreef hij zijn basiswerken 'Theosofie', 'De wetenschap van de geheimen van de ziel' en 'De weg tot inzicht in hogere werelden'.

In 1912 verliet Steiner de Theosofische Vereniging, opgericht door Helena Blavatsky, in verband met een fundamentele onenigheid met het bestuur met betrekking tot hun bedoeling om de toen nog jonge Jiddu Krishnamurti aan de wereld voor te stellen als de Messias, de teruggekeerde en gereïncarneerde Christus - voor Steiner een absurditeit. Tijdens dit conflict uitte zich een diepgaand verschil van inzicht rond de taak en de 'levensweg' van de mens op aarde.

Een aantal leden van de Theosofische Vereniging volgde hem en zij vormden een nieuwe beweging, steunend op zijn leer die hij antroposofie noemt. Niet de Theos (Het Goddelijke) is maatgevend voor wijsheid (Sofia), maar de Antropos: de zich geestelijk ontwikkelende mens.

Inhoudelijk belangrijke thema's van de antroposofie zijn: de geestelijke wereld van de hiërarchieën, de Christus-mysteriën, Christian Rosencreutz, de moderne scholingsweg, karma en reïncarnatie.

Maar, het Duitse 'Bundesministerium' heeft op 6 september 2007 besloten twee daarvoor aangemelde boeken van Steiner niet op te nemen in de 'Index jugendgefährdeten Schriften'. Hoewel de commissie elementen aantrof die naar haar oordeel 'in onze huidige tijd als racistisch te beoordelen zijn', was het voldoende dat de betreffende uitgever heeft toegezegd deze boeken van Steiner van commentaar te voorzien, en exemplaren die momenteel in de winkels liggen, van een inlegblad te voorzien.

Auteur: Angelus

Bron: Spiritualia.be

maandag 13 februari 2012

Universum als levend organisme

Afbeelding

Gottfried de Purucker werd geboren op 15 januari 1874 in Suffern, New York. Hij was de zoon van een Anglicaanse dominee die enige tijd als chaplain diende bij de Amerikaanse kerk in Genève, Zwitserland. Als voorbereiding op het ambt van dominee specialiseerde hij zich in het Hebreeuws, Latijn, Grieks, en de geschriften van de vroege kerkvaderen. De studie van oosterse filosofie en Sankrietliteratuur leidde hem naar de theosofie met haar ruime opvattingen over religie, filosofie en wetenschap. Nadat hij nauw had samengewerkt met Katherine Tingley, volgde hij haar in 1929 op als hoofd van de Theosophical Society tot zijn dood in Covina, Californië, op 27 september 1942. Misschien wel zijn grootste bijdrage aan de theosofische beweging was zijn toelichting van de geschriften van H.P. Blavatsky, vooral haar Geheime Leer.

De Geheime Leer verkondigt de steeds verdergaande ontwikkeling van alles, van zowel werelden als atomen; en deze indrukwekkende ontwikkeling heeft noch een denkbaar begin, noch een einde dat men zich kan voorstellen. Ons ‘heelal’ is er slechts één uit een oneindig aantal heelallen, alle ‘zonen van noodzakelijkheid’, omdat ze schakels vormen in de grote kosmische keten van heelallen, waarvan ieder zich tot zijn voorganger verhoudt als een gevolg, en tot zijn opvolger als een oorzaak.

De levenskrachten in een heelal werken zonder ophouden; geen ogenblik zijn ze bewegingloos. Daarom wordt het heelal, na de stadia van de onzichtbare werelden te hebben doorlopen, geboren en bereikt het het hoogste punt van zijn stoffelijke bestaan, maar stopt daar niet, want op het moment dat het hoogste punt van de boog wordt bereikt, bewegen de krachten zich gestaag omlaag, maar niettemin voorwaarts.

Een heelal komt tot aanzijn omdat een kosmische entiteit zich belichaamt; en een heelal sterft, evenals een mens sterft, omdat het het punt heeft bereikt waarop het grootste deel van zijn energieën de onzichtbare rijken al is binnengegaan. Heelallen belichamen zich net als menselijke ego’s. Dezelfde fundamentele wetten heersen zowel in het groot als in het klein. Er is geen enkel essentieel verschil. De verschillen liggen in de details, niet in de beginselen. De dood is slechts een verandering; het leven is slechts een ervaring. Het enig blijvende is zuiver onvermengd bewustzijn, want dat sluit al het andere in.

Men denkt gewoonlijk dat men volwassen wordt en de groei dan stopt, dat men een poosje volwassen blijft en dan begint af te takelen. Er bestaat geen tijd van stilstand. De krachten die de mens samenstellen en hem tot een wezen maken, zijn voortdurend in beweging en volgen dezelfde weg die tot de geboorte van het kind leidt, die het kind tot volwassenheid brengt en die de volwassene naar de dood voert. Vanaf het moment dat het hoogtepunt van de vermogens en krachten van een mens in een bepaald leven wordt bereikt, begint het verval, maar dit ‘verval’ betekent eenvoudig dat de innerlijke mens in de onzichtbare werelden al is begonnen zijn weg te vinden en zijn nieuwe lichaam te vormen.

De mens is thuis op vele gebieden. Hij is in feite overal thuis. Ons aardse leven is maar één klein segment van de cirkel van het bestaan. Het zou absurd zijn te zeggen dat één bepaalde plaats, zoals onze aarde, de maatstaf zou zijn waarnaar de hele pelgrimstocht van de mens kan worden beoordeeld. Evenzo worden de belichaming en de groei van een heelal, zijn hoogtepunt en verval en daarna zijn dood, veroorzaakt doordat de kosmische entiteit vanuit de onzichtbare gebieden naar deze stoffelijke rijken komt, zich belichaamt in de substanties daarvan en zo een stoffelijk heelal opbouwt, en dan verdergaat; en wanneer deze reis haar einde nadert, verkeert het heelal in zijn stadia van ontbinding.

Het gaat met een ster of een zon net zoals met het heelal waaruit ze voortkomen. Elke entiteit doorloopt eenzelfde proces. Het leven is eeuwig, heeft begin noch einde; en een heelal verschilt in essentie in geen enkel opzicht van een mens. Hoe zou dat ook kunnen, wanneer de mens slechts illustreert wat het heelal als voornaamste wet tot uitdrukking brengt. De mens is het deel; het heelal is het geheel.

Kijk omhoog in de violette koepel van de nacht. Denk na over de sterren en de planeten; elk van hen is een levensatoom in het kosmische lichaam; elk van hen is de gestructureerde woonplaats van een menigte kleinere levensatomen, die de schitterende lichamen opbouwen die we zien. Bovendien was iedere stralende zon die als een juweel aan de hemel schittert eens een mens, of een wezen gelijkwaardig aan de mens, tot op zekere hoogte in het bezit van zelfbewustzijn, intellectuele kracht, een geweten en spirituele visie, en ook een lichaam. En de planeten en de myriaden entiteiten op de planeten die om zo’n kosmische god cirkelen, elk zo’n ster of zon, zijn dezelfde entiteiten die in lang vervlogen kosmische manvantara’s de levensatomen van die entiteit waren. Door de eeuwen heen volgden ze zijn spoor, terwijl ze alle leerden en vorderden. Maar verder op het evolutiepad bevond zich, als hun leider, hun ouder, de bron van hun bestaan.

Door onze daden beïnvloeden we voortdurend de bestemming van de zonnen en planeten van de toekomst, want wanneer wij, door de ingeboren vermogens van de innerlijke god tevoorschijn te brengen, stralende zonnen zullen zijn geworden die in de kosmische diepten schitteren, dan zijn de nevelvlekken en de zonnen die ons dan omringen de geëvolueerde entiteiten die nu onze medemensen zijn. Daarom zullen de karmische betrekkingen die we nu met elkaar op aarde of op andere bollen van onze planeetketen of elders hebben, zeer zeker zowel hun als onze eigen bestemming beïnvloeden.

Ja, ieder van ons wordt in de verre eonen van de toekomst een zon, schitterend in de ruimten van de Ruimte. En dat zal gebeuren wanneer we de godheid in de kern van ons wezen door evolutie tevoorschijn hebben gebracht en wanneer die godheid op haar beurt naar nog grotere hoogten zal zijn gestegen. Voorbij de zon zijn er andere zonnen, zo verheven dat ze voor ons onzichtbaar zijn, zonnen waarvan onze eigen zon een goddelijke dienaar is.

De melkweg, een compleet en opzichzelfstaand heelal, is als geheel slechts één kosmische cel in het lichaam van een superkosmische entiteit, die op haar beurt er slechts één is van een oneindig aantal andere soortgelijke entiteiten. Het grote bevat het kleine; het grotere bevat het grote. Alles leeft voor en met al het andere. Dat is de reden waarom afgescheidenheid de ‘grote ketterij’ is genoemd. Ze is de grote illusie, want afgescheidenheid bestaat niet. Niets kan alleen voor zichzelf leven. Iedere entiteit leeft voor het geheel, en het geheel is niet volledig zonder die ene entiteit, en leeft daarom voor haar.

De grenzeloze Ruimte is ons thuis. Daarheen gaan we, en daar zijn we in feite zelfs nu. We zijn niet alleen door onverbrekelijke schakels met het hart van de oneindigheid verbonden, maar we zijn zelf dat hart. Dat is het stille, smalle pad dat de oude filosofen onderwezen; het pad van het spirituele zelf in ons.

Bron: Theosofie.net(1) & Theosofie.net(2)

maandag 31 oktober 2011

Schepping 2.0....

Darwinisme en creationisme zijn verhalen over het ontstaan van mens en natuur die we ondertussen wel kennen. Daarom belichten we nu eens met een open mind naar de spirituele schepping en die van de buitenaardse inmenging.

Alien Intervention

De Alien intervention theorie houdt in dat astronauten dan wel kosmonauten van een andere planeet of ander zonnestelsel de aarde hebben bezocht. Men heeft zich gemengd met het menselijke ras wat al op aarde was; Neanderthalers. Hierdoor kreeg de evolutie een enorme sprong. Daarmee verklaren ze de missing link tussen aap en mens. De verhalen van de sneeuwman in Siberië, Bigfoot in Amerika en andere aapachtige, behaarde wezens die zich schuil houden voor mensen worden verklaard doordat zij de afstammelingen zijn van de oorspronkelijke aardbewoners. Andere bewijzen komen uit de oude literatuur zoals de Indiase, Soemerische, Ierse en Noorse legenden over goden die van een andere planeet kwamen in vliegmachines. Daarnaast zijn er vele archeologische vondsten gedaan zoals gebouwen met stenen van 100.000 kilo die met grote precisie zijn aangebracht. Een voorbeeld hiervan zijn de piramides van Gizeh waarvan sommige stenen reusachtig zwaar zijn. Deze stenen zijn zo zwaar dat geen enkele moderne hijskraan ze kan tillen. Er zou een hoogwaardige technologie door de astronauten zijn mee genomen. Vanuit de aanwezigheid van deze astronauten zouden alle religies zijn ontstaan. God die in de hemel woont is in feite een mythologisering van de astronaut die ooit is geland. De beschrijving van profeet Ezechiel in de bijbel over wat lijkt een machine te zijn die met veel lawaai uit de hemel komt, is voor hen een bewijs dat goden kosmonauten waren. Verder zijn er verhalen uit alle legenden over vliegende goden, zoals Thor die met een hamer waaruit vonken spatte reisde in een hemelwagen. Erich von Däniken is de belangrijkste voorvechter van de Alien Intervention theorie, samen met Zecharia Sitchin en Jason Martell. Von Däniken schreef o.a. het boek: waren de goden kosmonauten?¨ Je kunt op Youtube de docu ¨chariots of the gods¨ zien.

Theosofie

De Theosofen zeggen dat het menselijke ras is ontstaan uit een andere dimensie die we nu niet meer kunnen zien. De mens was eerst alleen een etherische levensvorm. Vanuit de ether is de mens gematerialiseerd op aarde. Er zijn volgens theosofen 7 wortelrassen:

1. De Polarianen
2. De Hyperboreanen
3. De Lemuriërs
4. De Atlantiërs
5. De Ariërs
6. Het Zesde Ras
7. Het Zevende Ras


Etherische rassen


Het zesde en zevende ras moet nog ontstaan of is bezig te ontstaan. We leven nu als het Arische ras. Sommige mensen hebben nog veel kenmerken uit het Atlantische ras zoals spitsvondigheid. De Polarianen en de Hyperboreanen waren de etherische rassen. Daaruit zijn de Lemuriërs ontstaan die vooral leefden op het continent Lemurië of Mu. Vanuit het etherische levensveld, een andere dimensie, zijn mensen op aarde ´gematerialiseerd´. Het continent Mu zou op de plek hebben gelegen waar nu de Stille Oceaan is. Het zou door een ramp zijn gezonken. De 64 Miljoen mensen die op Mu hebben gewoond, zijn omgekomen. Slechts enkele tienduizenden hebben het overleefd. Zij vluchtten naar beide Amerika´s en de hoger gelegen gebieden in de Stille Oceaan die nu de eilandjes in Polynesië zijn. In het Stille Oceaangebied zijn veel vondsten van oude culturen; de bekendste zijn de beelden op Paaseiland. Op elk eilandje is wel een megalithische vondst te doen, van een piramide in Tahiti tot megalithische wegen op de Cook-eilanden. De Lemuriërs hadden een hoogwaardige kennis maar men gebruikte deze kennis niet altijd op de goede manier, zo gaat het verhaal. Uiteindelijk bracht dat hun ondergang. De theosofen hebben veel onderzoek gedaan en zeer oude boeken in India en Tibet bestudeerd. Daarnaast bestudeerde men ook Griekse, Egyptische en Mayaanse boeken uit de oudheid. Ze vonden allerlei overeenkomsten in de verhalen over een grote continentale ramp die had plaats gevonden en dat mensen hadden moeten vluchten. Nadat Lemurië was gezonken bleef alleen Atlantis over dat later ook zou zinken door een nieuwe ramp. Blavatsky is de grondlegger van de theosofie. James Churchward heeft enkele tabletten uit Lemurië vertaald. Deze werden bewaard in India en Tibet.

Wetenschappelijke dogma´s

Sommige wetenschappers zoals Richard Dawkins zijn zo eigenwijs om te ontkennen dat het darwinisme een theorie is; voor hun is het een uitgemaakte zaak dat de evolutietheorie van Darwin de enige waarheid is. Zulke dogmatische standpunten zijn niet bevorderlijk voor het onderzoek naar wat waarheid is. Tegenstanders van de evolutietheorie van Darwin stellen dat de wetenschap enkel geïnteresseerd is in bewijzen die de evolutietheorie ondersteunen. Als je alle aanwijzingen die darwinisme bevestigen naast elkaar legt, kom je tot een grote hoeveelheid bewijsmateriaal. Er zijn echter net zoveel bewijzen die de evolutietheorie ontkennen. Wanneer een archeologisch feit niet in de evolutietheorie past wordt dat een anomalie genoemd. Er zijn legio anomalieën die door wetenschappers niet worden bestudeerd. Wanneer er onderzoek wordt gedaan naar de anomalieën in de wetenschap, dan ben je met waarheidsvinding bezig; nu bevestigen de wetenschappers slechts de darwinistische visie, zo stellen tegenstanders van het darwinisme.

Onbevooroordeelde Wetenschap


Wat nu waarheid is, zou met grote wetenschappelijke teams onderzocht moeten worden zonder een vooringenomen standpunt te hebben. Wie onbevangen naar de waarheid kijkt, kan de waarheid misschien vinden. Als je echter bewijzen voor een bepaalde stelling wilt zoeken dan vind je altijd wel wat. Je bent dan echter niet onafhankelijk wetenschap aan het bedrijven; je probeert alleen een wetenschappelijk dogma te herbevestigen.

Ontstaan van dieren volgens theosofen

De visie van de theosofen is verwant aan die van de gnostieke christenen. In de eerste helft van de jaartelling was het westerse christendom voornamelijk gnostiek, een spirituele variant van christendom. Later hebben onder aanvoering van kerkvaders als Augustinus allerlei kerkelijke dogma´s de overhand genomen. De theosofen beschrijven met hun ontwikkeling der mensrassen een soort evolutionair proces. Volgens spirituele wetenschappers zijn veel levensvormen uit de mens ontstaan. De aarde is een plek die alles in harmonie met elkaar probeert te brengen. Wanneer de mens een kwade gedachte heeft dan vormt dat een krachtveld in de ether. Dit krachtveld gaat een eigen leven leiden en zal op een gegeven moment materialiseren op aarde; zo ontstaan volgens theosofen en de christelijke gnostici nieuwe diersoorten. De meest gevaarlijke diersoorten ontstaan in afgelegen, minder bewoonde gebieden. De reden dat ze zo afgelegen ontstaan, om de mensen te beschermen. Zo vind je in de Stille Oceaan onbewoonde eilandjes waar onnoemlijk veel gifslangen leven. Ook de uitgestrekte gebieden in Afrika waar altijd hongerige leeuwen en stekende insecten voorkomen zijn daar een voorbeeld van. De vrolijke vogels zouden echter weer een gevolg zijn van vrolijke en positieve gedachten.

Elkaar belachelijk maken

Wat nu waarheid is blijft nog even in het ongewisse. De moderne wetenschap bestaat nog maar een paar honderd jaar en het is logisch dat nog niet op alle vragen een sluitend antwoord is gevonden. In het proces van wetenschapsbeoefening verdient het wel aanbeveling onbevooroordeeld te blijven naar visies van anderen en feiten die niet stroken met een visie. Veel onderzoekers, journalisten en wetenschappers proberen andere visies belachelijk te maken. Dat is een zwaktebod op zich want je staat dan niet open voor verdere waarheidsvinding. Men gelooft in dogma´s, ook al zijn het wetenschappelijke dogma´s. Mensen worden door wetenschappers vaak als dom weg gezet als ze niet in de evolutietheorie geloven zoals die nu door veel wetenschappers wordt voorgeschoteld. Dat is gebruik maken van een psychologisch mechanisme dat de zwakheid in de argumentatie van Darwinisten openbaart. Waarom zou je je anders moeten wenden tot het ridiculiseren van medemensen? Argumenten zouden genoeg moeten zijn om elkaar te overtuigen.
Bron: Wereldgeheimen.nl